BRAHMS: LIEBESLIEDER

Brahms

Baltische landen hebben iets met het zingen. Veel beroemde zangers komen daarvandaan, en er bestaat ook een enorme koorcultuur: men schijnt er het zingen als één van de grootste hobby’s te koesteren. Stelt u zich voor: alleen in Riga bestaan meer dan honderd koren!

Geen wonder dat het in 1940 opgericht Lets Radiokoor gerekend kan worden tot de beste kamerkoren ter wereld. Dat ze daadwerkelijk ‘bedwelmend’ klinken, zoals The Times ze ooit roemde, daar kon een ieder zich van overtuigen tijdens hun tournee door Nederland dit jaar, waarbij zij onder anderen ook de Liebeslieder van Brahms ten gehore brachten.

 

Brahms lets-radiokoor-matiss-markovskis

Lets Radiokoor © Matiss Markovskis

 

Wie er toen niet bij was kunt zich nu zelf van hun spectaculaire doch zeer verfijnde en pure manier van zingen overtuigen: Ondine heeft bijna 50 minuten van Brahms’ ‘koormuziek’ vastgelegd.

Nu zijn noch de Liebeslieder noch de andere op die cd opgenomen werken voor een koor bedoeld, zelf ken ik ze alleen in uitvoeringen door een zangers-kwartet. Iets, wat ik zonder meer prefereer.

De volksmuziekachtige liederen zijn meer gebat bij wat meer speelse benadering, waarbij de stemmen hun individualiteit behouden, ook tijdens het samenzang. Maar wat de Letten hier laten horen is zonder meer van het hoogste niveau.


Johannes Brahms
Liebeslieder:
Drei Quartette op.64; Vier Quartette op.92;  Liebeslieder-Walzer op.52; Neue Liebeslieder Op.65
Dace Kļava & Aldis Liepiņš (pianos)
Latvian Radio Choir olv Sigvards Kļava

TURANDOT in de regie van Andrei Serban 2013

Turandot

De Turandot-productie van regisseur Andrei Serban voor het Royal Opera House in Londen dateert van 1984, maar heeft allerminst aan pracht en kracht ingeboet. In 2013 heeft Opus Arte de voorstelling op dvd vastgelegd.

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De dertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

Giacomo Puccini
Turandot
Lise Lindstrom, Marco Berti, Eri Nakamura, Raymond Aceto e.a
Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House olv Henrik Nánási
Regie: Andrei Serban
Opus Arte OA 1132 A

MERAVIGLIA D’AMORE

Meraviglia

De stem van de Italiaanse tenor Marco Beasley behoort tot de categorie “lighter than light”. Daar moet je van houden, maar met zijn zeer natuurlijk timbre en zijn fijngevoelige en liefdevolle voordracht klinkt hij zeer aangenaam in de oren.

Toch valt er niet te ontkennen dat het op den duur een beetje monochroom kan worden. Gelukkig staat hij daar niet in zijn eentje. Bij die opname van de vroeg zeventiende-eeuwse Italiaanse liefdesliedjes wordt hij bijgestaan door een ensemble van uiterst bekwame musici.

Samen bereiken ze een zowat volmaakte schoonheid, helemaal naar de idealen van de late renaissance. Luister naar ‘O del cielo amor’ van Sigismondo d’India of ‘Alma mia’ van Girolamo Kapsberger en waan je in de zevende hemel.

Het boekje is helaas aan de summiere kant. Er staat een geanimeerd gesprek in tussen ene Bernardo en ene Pietro, maar nergens staat vermeld wie de heren zijn. De liedteksten zijn dan wel in twee talen afgedrukt, maar er is geen informatie te vinden over de voortreffelijke musici, die bij mij een gevoelige snaar weten te raken.

Prachtige cd, zeer geschikt voor de lange avonden bij de ondergaande zon, hand in hand met je geliefde.


Meraviglia d’amore
Love Songs from 17th-century Italy
Sigismondo D’India, Girolamo Kapsberger, Biagio Marini e.a.
Marco Beasley (tenor)
Private Musicke: Luciano Contini (archlute, theorba), Hugh Sandilands (baroque guitar), Claire Pottinger-Schmidt (violoncello) olv Pierre Pitzl (baroque guitar, viola da gamba)
Accent Acc 24330

 

ALMA QUARTET speelt Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Schulhoff

alma-kwartet-lotte-van-raalte

© Lotte van Raalte

Een soort Siamese tweeling zijn het, de strijkkwartetten van Claude Debussy (1893) en Maurice Ravel (1902-1903). Niet alleen in hun opbouw, ook de delen zelf dragen vrijwel identieke aanduidingen. Wat bij Debussy ‘Assez vif et bien rhytmé’ heet, is bij Ravel ‘Assez vif – Très rhytmé’. Ook het sterk impressionistische derde deel van Debussy heeft een gevoelsgelijke broertje bij Ravel, al is het laatste aardser en iets minder vaag. Niet zo verwonderlijk: Ravels kwartet was gecomponeerd als een ode aan Debussy.

Daar, waar de meeste kwartetten hun best doen om de verschillen tussen de beide werken te accentueren, legde het Amsterdamse Alma Quartet juist de nadruk op hun gelijkenis, waardoor Ravel af en toe zelfs als een bijna letterlijke kopie van Debussy klonk. Voor mij werkte de aanpak zeer verhelderend en ik zou ze graag naast elkaar op een cd willen (her)beluisteren.

De keuze voor de tempi vond ik soms best merkwaardig. Voornamelijk de langzame delen kregen een super softe behandeling waardoor ze in een eeuwig durende oase van rust en zoetere dan zoete klanken veranderden. Heel erg mooi, dat wel, maar men paste het iets te vaak toe, waardoor het op den duur een beetje ‘slepend’ werd in mijn oren.

Alma schulhoff houtsnee

Erwin Schulhoff in 1924. Houtsnee van Conrad Felixmüller. Lindenau-Museum, Altenburg, VG Bild-Kunst

 

Net als Debussy, zijn leraar, en zeer zeker Ravel, stond ook Schulhoff open voor alles, alleen voerde hij het nog verder door, tot in het extreme. “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Schulhoff in 1919. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo was.

Dat hoor je ook in zijn tweede strijkkwartet uit 1925, waarin hij behalve de door jazz geïnspireerde ritmiek ook de Tsjechische volksmuziek verwerkte. Het Alma Quartet speelde het werk zeer levendig, met een voorbeeldige punctatie en een klank waar je in zou kunnen willen verdrinken. Meesterlijk.

 
Alma shostakovich-SQ8

Geen complexer strijkkwartet het nummer acht van Sjostakovitsj. De musicologen bestrijden elkaar in het zoeken naar de verborgen betekenissen: was het een aanklacht tegen het fascisme of juist niet? Volgde hij hiermee de lijn van de partij of verzette hij er zich juist tegen?

Allemaal flauwe kul, uiteraard, want alles wat Sjostakovitsj wilde zeggen staat gewoon in de noten. Dat hij met zijn eigen initialen DSCH rijk strooide? Niet voor de eerste keer, bijna al zijn werken zijn er mee gelardeerd. Dat hij zo veel citaten van zijn andere stukken hier in verwerkte? Ook niets nieuws: componisten citeren zichzelf graag, zeker als ze in tijdnood komen (het kwartet is gecomponeerd in drie dagen). Of als ze denken dat ze al eerder iets briljantst hebben gemaakt (een inderdaad geniale tweede pianotrio in dit geval).

Programmatisch stuk of niet: prachtig is het wel. Niets voor niets is het één van de meest gespeelde kwartetten uit de twintigste eeuw!

De Alma’s hebben het kwartet gespeeld als één geheel, waarin alle delen naadloos in elkaar overgingen, zo doende een eendelige symfonie voor strijkkwartet creërend. Prachtig vond ik het, want zo kon men niet alleen beter de herhalingen en de citaten daar uit vissen maar ze ook met elkaar in verbinding brengen. Het was alsof ze wilden zeggen: hou nou eens op met dat eindeloze geouwehoer en luister naar de muziek pur sang! Of dat de bedoeling was weet ik natuurlijk niet, maar zo heb ik het ervaren, waarvoor ik de heren meer dan dankbaar ben.

En toen was er een toegift: het Romance uit het Divertimento for String Quartet op.14 van Schulhoff, een prachtige belichaming van de romantisch-sentimentele kant van de componist. Als tempoaanduiding staat er ‘Ruhig fliessend’ bij en zo hebben de heren het gespeeld, ‘rustig voorbijvliegend’, vrij vertaald dan.

Marc Daniel van Biemen kondigde het stuk aan met een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht, het duurde maar kort, zei hij. De toevoeging, die snap ik wel: de helft van het publiek was toen al weg. Duurde het concert ze te lang? Voor mij mocht het eeuwig doorgaan.

Alma

Gelukkig werd het optreden gisteren live uitgezonden en wie er niet bij was – maar ook wie er bij waren en net als ik wilden dat het concert nooit eindigde – kan het op de radio terugluisteren:

http://www.radio4.nl/gids/2017-07-11/558932/avondconcert

Strijkkwartetten van Schulhoff door het Alma Quartet:
ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Website van het kwartet:

https://www.almaquartet.com/

Strijkkwartetten van Schulhoff, Debussy, Sjostakovitsj en Ravel
Alma Quartet: Marc Daniel van Biemen, Benjamin Peled (viool), Jeroen Woudstra (altviool), Nitzan Laster (cello)

Gehoord 11 juli 2017 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest speelt THE BEST OF BERNSTEIN

Bernstein

Als aanloop naar een herdenkingsjaar van Leonard Bernstein – de alom geliefde componist, dirigent en pianist zou in augustus 2018 honderd jaar zijn geworden – zette het Koninklijk Concertgebouworkest, onder de noemer ‘RCO/Bernstein 2017’, dit jaar al zijn muziek vaker dan gewoonlijk op de lessenaars.

Op vrijdag 7 juli was het de beurt aan de Engelse dirigent John Wilson om het orkest te leiden in een all-Bernstein programma, met allemaal hoogtepunten uit zijn werk voor het muziektheater.

Bernstein john-wilson-sim-canetty-clarke

John Wilson © Sim Canetty-Clarke 

Men zegt Wilson, men denk: musicals! Niet ten onrechte. Met zijn eigen orkest wijdt hij zich al jaren aan het uitvoeren van de hits uit Broadway en Hollywoodklassiekers, waar hij vaak arrangementen voor verzorgt; en zijn programma met werken van Bernstein behoort tot één van grootste hoogtepunten ooit op de Londense Proms.

Musical is weer in, althans volgens de auteur van het meer dan summier (geen liedteksten, geen synopsis van de uitgevoerde werken, geen woord ook over de artiesten) programmaboekje. Dat het zo is komt voornamelijk door het succes van de film La La land. Zou het? Zelf geloof ik er niets van. Musicals zijn al jaren buitengewoon geliefd, ook in Nederland. En afgaand op de gemiddelde leeftijd van de bezoeker van het concert – volgens mij hebben ze allemaal nog de eerste vertoning van West Side Story in de bioscopen meegemaakt – is het niet iets van recente datum.

dav

Voor die gelegenheid werd de grote zaal van het Concertgebouw getooid met de stemming vergrotende verlichting en het feest kon beginnen. En een feest werd het!

Het programma was opgezet niet alleen als eerbetoon aan de grote Bernstein maar ook als ode en liefdesverklaring aan New York. De toon werd meteen gezet met een swingende medley uit On the Town, met solootjes voor de tenor Julian Ovenden en bariton Nadim Naaman. Nee, Frank Sinatra en Gene Kelly waren ze niet, maar ze kwamen best dichtbij.

 

 

Van het duo wist Ovenden mij het meest te imponeren. Met zijn zeer soepel gevoerde lyrische tenor met een aangenaam timbre zette hij een zeer overtuigende Tony (West Side Story) neer. De door hem zeer gevoelig vertolkte ‘Maria’ was dan ook één van de hoogtepunten van het programma.

 

Bernstein scarlett-strallen-nc

Scarlett Strallen © nc

Na haar eerste song, ‘Dream with me’ uit Peter Pan, was ik een beetje sceptisch over Scarlett Strallen. Haar optreden kwam mij onzeker over, aarzelend bijna. Maar gaande weg kwam ze haar zenuwen te boven en aan het eind gaf ze een onvergetelijke uitvoering van ‘Glitter and be gay’ uit Candide. Haar coloraturen waren onberispelijk en haar acteren meer dan overtuigend. Daarbij werd zij geholpen door een hilarische gebruik van kralenkettingen die zij tevoorschijn gehaald uit haar decolleté. Iets wat zij al eerder deed tijdens de Proms:

(meer…)

ROBERTA ALEXANDER zingt Bernstein

 

Bernstein Alexandra

 

In de vijftien jaar dat Roberta Alexander met de in 2001 overleden Klaas Posthuma samenwerkte, nam ze maar liefst twaalf recitals voor de door hem opgerichte firma Et’Cetera op, waaronder die met liederen van Leonard Bernstein.

Het recital werd al in 1986 opgenomen, maar bijna twintig jaar later, in 2004 beleefde het zijn tweede jeugd, want toen werd het door Et’cetera heruitgebracht als een eerbetoon voor zijn oprichter. Wat voor reden dan ook: het allerbelangrijkste is dat de cd opnieuw in de schappen was beland, want het is waarachtig een prachtig recital.

Waar het aan ligt (té Amerikaans?) weet ik niet, maar de liederen van Bernstein worden nog steeds te weinig uitgevoerd en te weinig opgenomen. Jammer! Ze zijn geestig en mooi, en – mits goed en met gevoel voor ritme en humor uitgevoerd, maar geldt dat eigenlijk niet voor alles? – bezorgen ze de luisteraar geweldig veel plezier.

Roberta Alexander beschikt over een kernvolle, lyrische sopraan met een hoge dosis dramatiek, wat haar ooit buitengewoon geschikt maakte voor rollen zoals Vitellia in La Clemenze di Tito, Elvira in Don Giovanni en Jenůfa. Haar affiniteit met het Amerikaanse lied toonde ze al eerder in haar opnamen van onder anderen Ives, Copland en Barber

Roberta Alexander, begeleid door het Nederlands Radio Philharmonic  zingt ‘Sure on this shining night’ van Samuel Barber:

Ook de Songs van Bernstein passen haar als een handschoen. Ze is meisjesachtig naïef in de ‘Five Kid Songs’ en grappig in ‘La Bonne Cuisine’ (viertal gezongen recepten, hier tweemaal opgenomen: in het oorspronkelijke Frans, en de Engelse vertaling ervan).


Leonard Bernstein
Songs
Roberta Alexander (sopraan), Tan Crone (piano)
Et’cetera KTC 1037

CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

Oidípous-Janiek-Dam-1

 

Stelt u zich voor dat u plaats gaat nemen in de rechtbankjury, zoals ze in vele landen bestaan. De beklaagde wordt beschuldigd van moord op zijn vader en incest met zijn moeder: na zijn daad heeft hij zijn eigen moeder getrouwd en kinderen met haar gekregen.

Zijn advocaat pleit voor onschuldig. Zijn cliënt is ter goeder trouw: hij heeft een rondreizende bende bevochten zonder te weten dat het onder leiding stond van zijn vader. Voor het oplossen van de problemen van de bestuurloze stad kreeg hij de hand van de weduwe van de vermoorde bestuurder. Hoe moest hij weten dat zij zijn moeder was?

De beklaagde beroept zich op het onontkoombare noodlot: hij kon er niets aan doen, het stond immers in de sterren.

Fascinerend gegeven. Inspirerend ook. Voer voor mensenkenners en psychologen. En een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Geen beter thema dan een verscheurde personage die alleen maar twijfels oproept en met wie je alle kanten op kan.

odipus calliope met man

Calliope Tsoupaki en Edzard Mik © Merlijn Doomernik

Ook in de opera/het oratorium Oidípous van Calliope Tsoupaki zijn er geen antwoorden, maar mag men zelf oordelen – voor zover mogelijk. Voor haar nieuwe werk heeft Tsoupaki zich samen met haar librettist Edzard Mik door Oidípous te Kolonos van Sophocles laten inspireren, al vermengde zij dat ook met diens oudere toneelstuk, plus die van Seneca en Aristoteles.

Mik heeft het libretto in het Nederlands geschreven, waarna Tsoupaki het in oud Grieks heeft vertaald. Prachtige zet, want zo ontstond een absolute eenheid tussen de tekst en de muziek. Oud Grieks is vanzelf al metrisch en zangerig, maar door Tsoupaki’s noten werden de woorden niet alleen versterkt maar ook van een soort ‘geheimzinnigheid’ voorzien.

Tsoupaki schrijft mooie, toegankelijke muziek, zeer poëtisch ook. Het is allemaal zeer beeldend en zonder fratsen, zonder dat het meteen tot een “easy going” vervalt. Ik ben haar grote fan: als weinig anderen weet zij mijn ziel te raken.

Een van Tsupaki’s mooiste composities: Triptychon . Hieronder deel drie: ‘Eothinòn’, gespeeld door het Doelen Kwartet:

Niet anders is het met haar, speciaal voor Holland Festival gecomponeerde Oidípous. Tsoupaki bedient zich van het oude, polifonische idioom die zij rijkelijk lardeert met Griekse invloeden. Maar zij verloochent ook haar klassieken niet en laat Bach over haar schouder kijken. Dat alles wordt versterkt door het door haar gebruikte instrumentarium. Theorbes, gamba’s, traverso, orgel….. je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de muziek al eeuwen oud is.

Aan de totaal uitverkochte en zeer enthousiast ontvangen première in het Muziekgebouw aan ’t IJ droegen zeker ook de musici (de voortreffelijk spelende Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven) en de fantastische zangers bij.

Oidípous-Calliope-Tsoupaki-foto-Janiek-Dam

© Janiek Dam

De bas Harry van der Kamp beschikt over een zeer imponerend geluid, maar ik vond zijn intonatie niet altijd zuiver. Ik had ook wat meer dramatiek willen horen, maar zijn vertolking van de oude koning was zeer indrukwekkend. Met zijn zwartgeverfde oogleden oogde hij een beetje angstaanjagend, maar ik neem aan dat dat de bedoeling was.

Het was de eerste keer dat ik Nora Fischer live hoorde. Zij is een enorme toneelpersoonlijkheid en weet de aandacht niet alleen te trekken maar ook te houden. Een prestatie.

Oidípous-Janiek-Dam-2

© Janiek Dam

Haar stem is niet echt groot, maar echt oordelen kon ik niet, want het geluid (waarom eigenlijk?) werd versterkt. Het mooist vond ik de manier hoe zij van geluid wisselde naarmate het karakter het vereiste: van een lief meisje tot een krijsende vrouw, alles had zij paraat. Haar Antigone was zeer menselijk en zeer hedendaags in haar emoties. Heel herkenbaar, invoelbaar ook.

Marcel Beekman kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in het tenorale vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden. Geen wonder dat hij de geliefde tenor is van Tsoupaki en dat zij haar werken componeert met zijn stem in haar hoofd.

Met zijn drieën vertolkten de zangers alle rollen: de oude en de jonge Oedipe, Polyneikes, Kreon, Theseus, Antigone en het koor. Ik vond het een beetje verwarrend, een naamaanduiding boven de verzen was beslist niet overbodig geweest.

Odipus

De zaal van het Muziekgebouw was in de mise-en-espace van Pierre Audi veranderd in een soort amfitheater, met aan drie kanten van de bühne stoelen. Goed bedacht, maar niet echt publieksvriendelijk. Vanaf de mij toebedeelde plaats kon ik in ieder geval het achtertoneel niet zien.

Het op de muur achter in de zaal hangende masker dat telkens van kleur verschoot, was prachtig om te zien, maar leidde de aandacht af. Ook het geloop met het boek/de partituur in de hand, een soort déjà vu met Greek Love Songs van Holland Festival 2010, vond ik irritant. Nee, de mise-en-espace voegde in mijn ogen niets toe. Volgende keer concertante? Alsjeblieft?

Calliope Tsoupaki, kunstenaarsportret:

Calliope Tsoupaki (muziek) en Edzard Mik (libretto)
Oidípous
Regie: Pierre Audi
Marcel Beekman, Nora Fischer, Harry van der Kamp
Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven

Bezocht op 28 juni 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ