cd/dvd recensies

ALICE COOTE zingt orkestliederen van GUSTAV MAHLER

mahler-song-cycles-netherlands-philharmonic-orchestra

Deze cd met orkestliederen van Mahler vind ik één van de mooiste Mahler-uitgaven van de laatste tijd en dat zijn er heel wat!

Ik was er een klein beetje bang voor, want de opname van ‘Das Lied von der Erde’ door dezelfde krachten vond ik  ronduit teleurstellend. Alice Coote vond ik voornamelijk kwetsbaar en over de interpretatie van Marc Albrecht schreef ik dat de dirigent moest leren wat het verschil is tussen Strauss en Mahler.

En, waarachtig: het lijkt alsof Albrecht mijn woorden ter harte heeft genomen, want zijn (en, uiteraard van het goddelijk spelende Nederlands Filharmonisch Orkest) vertolking van de liederen is buitengewoon overtuigend en kan, wat mij betreft op een lijstje met de beste interpretaties van de liederen bijgeschreven worden.

Alice Coote klinkt nog steeds kwetsbaar, maar die kwetsbaarheid is nu haar beste wapen geworden, zij is zo ontzettend betrokken dat het pijn doet. Alsof zij je haar beleveniswereld in meesleurt, de afgrond in.

Niet dat het allemaal perfect is wat zij doet. In ‘Um Mitternacht’ gaat zij even de mist in, maar dat geeft allemaal niet.

Over ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ zei Mahler ooit: ‘Dit ben ik ten voeten uit.’ Hier hoor je het.



Gustav Mahler
Song Cycles
Kindertotenlieder; Lieder eines fahrenden Gesellen; Rückert-Lieder
Alice Coote (mezzosopraan), Netherlands Philharmonic Orchestra olv Marc Albrecht
PentaTone PTC 5186 576

Advertenties

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

Meyerbeer Damrau

Ik zit in dubio en kom er niet uit. Ik ben dol op Giacomo Meyerbeer, een componist die al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw niet alleen gruwelijk ondergewaardeerd, maar ook smartelijk vergeten is. Een volle 81 minuten met zijn muziek voelt dan ook als een duur geschenk. Zeker als de uitgave zo verzorgd is en de aria’s gezongen worden door één van ’s werelds grootste coloratuursopranen.

Daar komt nog bij dat veel van de aria’s vrijwel onbekend zijn en als je geen diehard Meyerbeer-verzamelaar bent dan heb je er waarschijnlijk niet eens van gehoord. Maar er is meer: aria’s uit Alimelek, oder Die beiden Kalifen en Ein Feldlager in Schlesien beleven hier hun plaatpremière.

En toch….

Ik heb het echt geprobeerd en er mijn best voor gedaan en toch kan ik die cd niet mooi vinden. Ligt het aan Diana Damrau of aan mij dat ‘Robert toi que j’aime’, het zielsroerende aria van Isabelle (Robert le Diable) niet smekend genoeg klinkt en mij onberoerd laat? Of dat ik, luisterend naar ‘Ombre légère’ (Le pardon de Ploërmel) mij erop betrap dat ik naar Natalie Dessay verlang?

Het is allemaal verschrikkelijk virtuoos en  bewonderenswaardig wat Damrau doet maar het laat mij volstrekt koud. . . En toch maakt de uitgave mij gelukkig.


GIACOMO MEYERBEER
Grand Opera
Diana Damrau (sopraan)
Orchestre et Choeur de l’Opera National de Lyon olv Emmanuel Villaume
Erato 0190295848996 • 81’

 

Alexei Ogrintchouk speelt RICHARD STRAUSS

Strauss

Richard Strauss was nog maar zeventien jaar oud toen hij zijn Serenade voor dertien blazers componeerde, en dat hoor je. Het werk is nogal classicistisch van stijl, alsof Mozart zelf om de hoek keek en de jongen af en toe wat noten influisterde.

De serenade is een (heerlijk) niemendalletje, maar vergis je niet! Het mocht dan wel makkelijk in het gehoor liggen maar om het goed te kunnen spelen heb je eersteklas musici nodig. Laat het maar aan de blazers van het Koninklijk Concertgebouworkest over en je krijgt een verbluffend resultaat.

De sonatine met een leuke bijnaam ‘Fröhliche Werkstatt’ stamt uit 1945. In de vijfenzestig jaar tussen de twee composities is meer gebeurd dan één mensenleven kan bevatten. Denk alleen aan de twee wereldoorlogen, waarvan de tweede Strauss de componist persoonlijk heeft geraakt en ook zijn reputatie heeft aangetast. Niet dat je het in die Sonatine kunt horen, hoor! Zelf vind ik het werk best aan de zonnige en vrolijke kant.

 

Strauss john-de-lancie

John de Lancie

Het hoboconcert is een verhaal apart. Strauss componeerde het op verzoek van John de Lancie, een Amerikaanse militair, in het civiele leven hoboïst in het Pitsburgh Symphony Orchestra die na de oorlog in Duitsland was gelegerd en Strauss geregeld thuis heeft bezocht

Alexei Ogrintchouk, de van oorsprong Russische solohoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest behoort tegenwoordig tot de grootste elite hobospelers. Zijn toon lijkt van fluweel, zo zacht en zo lief klinkt dat.

De Letse dirigent Andris Nelsons was, voordat hij aan zijn studie directie begon solotrompettist in het orkest van de opera Riga. Zijn ‘blaasverleden’ verloochent zich niet, zoveel affiniteit met de musici en door hen gespeelde werken hoor je niet vaak.

Het is mijn muziek niet, maar als het toch moet, dan graag zo uitgevoerd!


RICHARD STRAUSS
Oboe Concerto; Wind Serenade; Wind Sonatine No.2
Alexei Ogrintchouk (hobo)
Royal Concertgebuw Orchestra olv Andris Nelsons
BIS 2163  • 74’

DONIZETTI: LES MARTYRS (English translation)

 

martyrs

 

Les Martyrs, an almost forgotten grand opera by Donizetti started its life as Poliuto. The French libretto by Eugène Scribe was based on Polyeucte by Pierre Corneille from 1642 which was impregnated by the vision of its author that free will is a deciding factor in life.

 

Martyrs Polyeuctus_of_Meletine_in_Armenia_(Menologion_of_Basil_II)

Polyeuctus of Melitene in 10th-century Byzantine miniature from the Menologion of Basil II

Because of the choice of the topic – the life and martyrdom of Saint Polyeuctus – the censor had Poliuto banned, and opening night was cancelled. It was forbidden to show the persecution of Christians on stage in Naples at the time.

After Donizetti arrived in Paris he commissioned a new libretto from Scribe and rewrote and expanded the overture and composed several new arias for the title character.

He also changed the first act finale and added the required ballet music. He then considerably toned down the romantic entanglements and stressed the religious aspects even more.

In his big aria at the end of the second act Poliuto complains about the supposed disloyalty of his wife and speaks about the jealousy that torments him. His “Let me die in peace, I do not want anything to do with you, you have been unfaithful to me” from Polyeucte has been changed to the credo (now at the end of the third act): “I believe in God, the almighty father, creator of heaven and earth….”

Despite its early successes the Martyrs failed to hold the stage. Instead Poliuto made it’s return, albeit on few occasions. After 1920 the opera was performed only sporadically (a remarkable fact: in 1942 Poliuto was performed on the occasion of Hitler’s visit to Mussolini, the title role sung by Benjamino Gigli).

Thanks to Callas, who rediscovered the opera in 1960,  a short revival came about. Her live recording from La Scala with Franco Corelli left me cold. The reason for that I only understood later when I heard the live recording with Katia Ricciarelli and José Carreras. In an opera with vulnerability as its main theme big dramatic voices sound out of place.

martyrs-poliuto

In October 2016 Opera Rara recorded Les Martyrs in the studio, followed by a concert performance in November.

 

53b45-les-martyrs-joyce-el-khou-012

Joyce El-Khoury and Michael Spyres

Joyce El-Khoury, clearly following in the footsteps of Leyla Gencer, is the perfect Pauline: dreamy, loving and fighting like a lioness (nomen est omen) for the life of her husband who turned into a Christian. A husband she does not even love. Only because she believed her former fiancé was dead she has agreed to be married off to her father’s protégé.

In “Qu’ici ta main glacée” she sounds very vulnerable,  moving me to tears (her pianissimi!). “Dieux immortels, témoins de mes justes alarmes,” her confrontation scene with Sévère, her lover she believes to be dead (a very impressive David Kempster) is simply heartbreaking.

Michael Spyres is a very heroic Polyeucte. In “Oui, j’irai dans leurs temples” he sings a fully voiced, perfect high “E.”

The orchestra under Sir Mark Elder is on fire. The three ballet scenes halfway though the second act lighten up the mood a little, however briefly.

Much praise as well for the perfect singing of the Opera Rara Chorus (chorus master Stephen Harris).


English translation: Remko Jas

GAETANO DONIZETTI
Les Martyrs
Joyce El-Khoury, Michael Spyres, David Kempster, Brindley Sherratt, Clive Bayley, Wynne Evans a.o.
Opera Rara Chorus; Orchestra of the Age of Enlightenment under Sir Mark Elder
Opera Rara ORC52

Interview with Joyce El-Khoury: Interview with JOYCE EL-KHOURY (English translation)

See also: POLIUTO

THE DREAM OF GERONTIUS

Elgar Barenboim

Toegegeven, de omstandigheden waren alles behalve optimaal.

Het begon met de afzegging van de stertenor Jonas Kaufmann. Op zich niet echt een ramp, zijn stem is niet echt geschikt voor Gerontius. Kaufmann werd vervangen door Toby Spence, een zowat ideale vertolker van die rol. Helaas, ook Spence zegde af en Andrew Staples stapte in. Prima tenor, zonder meer, maar zijn stem past beter bij werken van Mozart en Bach.

Op het laatste moment liet ook Sarah Connoly het afweten en de rol van Angel werd overgenomen door Catherine Wyn-Rogers.

Geen van de twee nieuwe solisten voldeed aan de hoge eisen van het werk. Wyn-Rogers intoneert niet zuiver en haar ruime vibrato is een marteling om naar te luisteren. Van de oorspronkelijk voorgestelde bezetting bleef alleen Thomas Hampson over, maar in zijn eentje kon hij de uitvoering echt niet dragen.

Daniel Barenboim heeft altijd veel affiniteit met de muziek van Elgar gehad, het is ook niet de eerste keer dat hij het mystieke meesterwerk dirigeert.

Helaas is het resultaat nu gewoon knudde. Het orkest is te zwaar en het koor klinkt te Duits. Ik snap best dat je de geplande voorstellingen en radio-uitzendingen niet zo maar kunt cancelen, maar moest het povere resultaat dan ook op cd’s uitgebracht worden?


EDWARD ELGAR
The Dream of Gerontius
Catherine Wyn-Rogers, Andrew Staples, Thomas Hampson
Staatsopernchor Berlin, RIAS Kammerchor; Staatskapelle Berlin olv Daniel Barenboim

Elgar Barbirolli

Gelukkig: aan goede uitvoeringen geen gebrek. Het mooist vind ik de opname onder John Barbirolli uit 1964 (Warner 0724357357920) , niet in de laatste plaats vanwege de onnavolgbare bijdrage van Janet Baker:

Maar ook Sir Adrian Boult (Warner 0724356654020 ) uit 1975 is niet te versmaden!
Alleen al vanwege Nicolai Gedda’s meer dan ontroerende ‘I went to sleep’:

 

 

 

BRAHMS, GRIEG en DVOŘÁK door Claire Chevallier & Jos van Immerseel

Jos van Immerseel

Het repertoire voor piano vierhandig lijkt bijna onuitputtelijk en toch hoor je het niet vaak in de concertzalen. De reden is nogal logisch: vind nou eens een tweetal gelijkgestemde pianisten van formaat, tweelingen en/of andere familieleden dargelaten, die het podium en alle aandacht bereid zijn te delen! Anders is het met de studio-opnamen gesteld, die zijn namelijk niet te tellen.

Dat er dan bijna altijd om de Hongaarse Dansen van Brahms en de Slavische Dansen van Dvořák gaat is niet meer dan begrijpelijk. Het zijn fantastische, emotionerende stukken, makkelijk ‘verteerbaar’ en met een grote oorwurmfactor.

Het duo Claire Chevallier & Jos van Immerseel is een grote uitdaging aangegaan om al die andere opnamen zo niet te overtroeven dan zeker van een verrassingsfactor te voorzien. Dat laatste is ze zonder meer gelukt. Van Immerseel en Chevallier bespelen een Bechstein uit 1870, een concertvleugel met parallel–besnaring (gewone hedendaagse instrumenten hebben een kruis-besnaring), waardoor, onder andere, de bas-kant veel transparanter klinkt.

Dat klopt wel, de klank is inderdaad zeer transparant en helder, waardoor het zeer prettig is om er naar te luisteren. Je zou zelfs kunnen stellen dat de opname een zekere rust ademt.

Heerlijk, dat wel, maar zijn rust en de – zeker de Hongaarse – dansen niet een contradictio in terminis?


JOHANNES BRAHMS, EDVARD GRIEG, ANTONÍN DVOŘÁK
Music for piano four hands
Claire Chevallier & Jos van Immerseel • 71’

ERNST TOCH: solo piano pieces

Toch

Ernst Toch (Wenen 1887 – Santa Monica 1964) was, naast Paul Hindemith, Hanns Eisler en Ernst Krenek één van de voornaamste vertegenwoordigers van de Nieuwe Zakelijkheid. Of de Nieuwe Objectiviteit zoals de stroming ook werd genoemd.

De stroming ontstond in de jaren na de Eerste Wereldoorlog als een soort ‘anti-romantische reactie tegen het expressionisme’. Denk aan het Bauhaus in de architectuur en verisme (én het magisch realisme) in de schilderkunst.

Toch zei hij over zichzelf dat hij “the most forgotten composer of the XXth century” was en dat klopt aardig. Want zeg nou eerlijk: heeft u ooit zijn muziek in een concertzaal gehoord? Een frappant feit eigenlijk, want zijn muziek werd best vaak opgenomen.

Zijn symfonieën en zijn kamermuziek verschenen (onder anderen) op CPO en Naxos en zijn “Joodse” composities werden uitgebracht door het Amerikaanse Milken Archive. Al die opnamen kan ik u zonder meer aanbevelen. En nu heeft Toch een nieuwe verdediger van zijn muziek er bij gekregen: de jonge Oostenrijkse pianiste Anna Magdalena Kokits.

Kokits is sinds jaren een vurig voorvechtster van hedendaagse muziek, met een sterke voorkeur voor de minder bekende of vergeten repertoire van met name Joodse componisten. Naast haar Toch-project (Kokitis gaat al zijn pianowerken opnemen) staat ook een cd met kamermuziek van Mieczysław Weinberg in de planning.

 

Toch Kokits

Alle werken die op haar eerste cd staan zijn gecomponeerd tussen 1923 en 1931. Al die composities zijn buitengewoon fascinerend, want bij al zijn zakelijkheid wist Toch de emoties niet uit de weg te gaan. Zoals hij het zelf zo mooi formuleerde: “we kunnen niet ontkennen dat de muziek in essentie romantisch is. Waarbij we de emoties niet mogen verwarren met sentimentaliteit“.

En dat is precies wat Kokitis ook doet. Haar spel is niet alleen virtuoos (luister even naar de derde Burlesque ‘Der Jongleur’ of de hondsmoeilijke ‘Zehn Mittelstufen-Etuden’: wedden dat u naar adem gaat snakken?) maar ook bijna kinderlijk lief in ‘Kleinstadtbilder’. Een aanwinst.


ERNST TOCH
Burlesken op.31, Capricetti op.36, Kleinstadtbilder op.49, Drei Klavierstücke op.32, Sonate op.47, Etüden
Anna Magdalena Kokits, piano
Capriccio C5293 • 61’