opera/operette/liederenrecitals

SECRETS

 

Crebassa_Secrets_cover-1

Er is niets geheimzinnigs aan de liederen van Debussy, Ravel, Fauré en Duparc. Er is geen liedliefhebber die ze niet kent, bovendien worden ze de laatste tijd zelfs vaker opgenomen dan welke liederen dan ook, Schubert uitgezonderd.

Ook de gedichten waar de liederen hun teksten aan ontlenen behoren tot de bekendsten in het oeuvre van de Franse poëzie. Onlangs heeft Cristiane Karg een cd met een vrijwel identiek programma opgenomen, die noemde ze ‘Parfum’.

Die titel dekt de lading veel beter, want geparfumeerd zijn de liederen zeker. Niet alleen zijn de teksten van Pierre Louÿs of Verlaine erotisch geladen, ook de in de zachte tonen gehouden klanken geuren naar myrthe, jasmijn en lavendel. Een mix van Arabische mystiek vermengd met Franse lichtheid en olalalala.

Marianne Crebassa heeft een pracht van een stem die de liederen past als een handschoen. Licht en wendbaar, fluisterzacht en sterk op liefdesverklaringen lijkend.

 

Daar past de ‘Gezi Park 3’ van Fazil Say echt niet bij. De weinig verrassende vocalise, geïnspireerd door de politieke gebeurtenissen in Turkije, doet mij aan (pijn?)kreten denken en mist de poëtische lichtheid en de onbezonnen erotiek van de rest. Maar het pianospel van Say is voortreffelijk.


Secrets
Liederen van Debussy, Ravel, Fauré, Duparc en Fazil Say
Marianne Crebassa (mezzosopraan), Fazil Say (piano), Bermhard Krabatsch (fluit)
Erato 0190295768973

Meer recitals met Franse liederen:
PARFUM
Hampson
Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

 

Advertenties

HECTOR BERLIOZ: BÉATRICE ET BÉNÉDICT uit Glyndebourne 2016

 

Beatrice et Benedict

Verheugend nieuws: de ouverture wordt gespeeld met de doek dicht! Nu is de ouverture het bekendste stuk van de hele opera, dat hem dus alle ruimte wordt gegund is bijna vanzelfsprekend. Voor de rest is Béatrice et Bénédict niet echt wat je noemt een kassacracker. Geen wonder: de opera is niet echt spannend, mede veroorzaakt door de ellenlange lappen gesproken tekst.

Het verhaal (Berlioz schreef zelf het libretto naar de Much Ado About Nothing van Shakespeare) stelt niets voor, maar de muziek is bij vlagen toverachtig mooi.

De productie uit Glyndebourne 2016 stelt mij behoorlijk teleur. Laurent Pelly behoort tot mijn geliefde operaregisseurs, maar hier heeft hij zich aan vertild. Het “out the box denken” van de hoofdpersonen heeft hij té letterlijk opgevat en het uiteindelijke resultaat is net zo grauw en grijs als de kleuren van de decors, de kostuums en zelfs de schmink van de zangers. Gelukkig zijn de zangers allemaal prima.

In haar eerste aria ‘Je Vais le Voir’ zet Sophie Karthäuser’ (Héro) nog te zwaar aan, maar haar duet met uitstekende Katarina Bradić (Ursule) ‘Nuit paisible et sereine!’ klinkt zoals het hoort te zijn, als een echt juweeltje.

Stephanie D’Oustrac is een fantastische Béatrice en de seksuele aantrekkingskracht tussen haar en Paul Appleby (Bénédict) is vanaf het begin voelbaar. Maar het is de jonge bariton

Philippe Sly die de show steelt als de slungelige Claudio.

Meer Berlioz:
Roméo et Juliette van BERLIOZ. Mini discografie.

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

HECTOR BERLIOZ
Béatrice et Bénédict
Sophie Karthäuser, Stephanie D’Oustrac, Katarina Bradić, Paul Appleby, Philippe Sly e.a.
The Glyndebourne Chorus (Jeremy Bines), London Philharmonic Orchestra olv Antonello Manacorda
Regie: Laurent Pelly
Opus Arte OA BD7219 D • 118’

Peter Gijsbertsen zingt liederen van RICHARD STRAUSS

Strauss Gijsbertsen

De liederen op deze cd zijn in chronologische volgorde opgenomen. Logisch, dat wel, maar ik weet niet of het zo’n goed idee was om met ‘Zueignung’ te beginnen.

Het prachtige lied wordt vaak aan het eind van een recital gezongen bij wijze van een bedankje aan het publiek. Het is natuurlijk geen must, maar als je het helemaal aan het begin van je recital zingt dan moet je verdomd sterk in je schoenen staan, want makkelijk is het allerminst.

Hier gaat Gijsbertsen dan ook meteen de mist in, want zijn mooie, slanke maar ook ‘blanke’ tenor mist de zelfverzekerdheid, waardoor het lied onvast klinkt. Zijn manier van zingen heeft iets ontroerends, maar bij Strauss verwacht ik meer volvette klanken die de grens van goede smaak soms weten te tarten.

Dat lukt Gijsbertsen niet. Iedere keer als er wat meer volume of een grotere emotie wordt gevraagd gaat hij pushen en dat vind ik niet mooi. Het is wellicht daarom dat liederen zoals ‘Allerseelen’ hem uitstekend liggen. Gijsbertsen zingt het zeer delicaat, met heel erg veel tederheid.

In dit kader bezien heeft de tenor in Jozef de Beenhouwer een ideale begeleider gevonden. Evenals de zanger houdt de pianist zich ingetogen en dienstbaar, wat in een buitengewoon fraaie interpretatie van ‘Morgen’ resulteert.


RICHARD STRAUSS
Ich trage meine Minne
Peter Gijsbertsen (tenor), Jozef de Beenhouwer (piano)
Phaedra PH 292035 • 65’

DECADES: A CENTURY OF SONGS, vol.2

 

Decades

In deel twee (de eerste is helaas aan mijn aandacht ontsnapt, maar heb de cd inmiddels besteld) van wat een overzicht van een eeuw ‘Liedkunst 1810–1910’ moet worden verdeeld naar decades, komen liederen aan bod die gecomponeerd zijn tussen 1820 en 1830. Daar men er zowat de beste liedzangers voor heeft geëngageerd die we tegenwoordig rijk zijn maakt het project tot één van de beste uitgaven op dat gebied, zeker van de laatste decennia.

Het programma is zeer gevarieerd en kent noch grenzen noch (sub)genres, en de emoties wisselen elkaar in rap tempo af. Oostenrijk, Rusland, Frankrijk, Duitsland en Italië staan broederlijk naast elkaar, een soort EU avant la lettre waarin elk land zijn individuele karaktereigenschappen behoudt.

Maar zelfs binnen een genre van één componist is er ruimte gereserveerd voor emotiewisselingen. Zo wordt Schuberts ‘Auf der Brücke’ naar de tekst van de ijlende Schulze – hier zeer intens vertolkt door Christopher Maltman – opgevolgd door diens ‘Im Frühling’, die door dat prachtige ‘zoetje’ dat de stem van John Mark Ainsley eigen is, de heftige emoties neutraliseert.

De door Maltman gezongen ‘Erlköning’ en de daarop volgende ‘Herr Oluf’ van Carl Loewe zouden een schoolvoorbeeld moeten zijn van hoe de liederen gezongen moeten worden. Ook Sarah Connolly’s interpretatie van de drie ‘Ellens gesangen’ behoort tot de beste ooit.

Decades Martineau

Malcolm Martineau (© Twitter)

Malcolm Martineau aan wie we ongetwijfeld het project te danken hebben behoort al jaren tot de beste zangerspianisten in de wereld. Moeiteloos weet hij de verschillende emoties over te brengen en het is ook zonder twijfel zijn verdienste dat de uitgave van de eerste tot de laatste noot extreem boeit.

De liederen zijn zeer zorgvuldig opgenomen, met een afgewogen balans tussen de zangers en de pianist. Ook de presentatie laat niets te wensen over. Alle teksten zijn (in twee talen) afgedrukt en de introductie door professor Susan Youens is zeer interessant om te lezen. Top!


DECADES
A Century of Song, volume 2, 1820 – 1830
Liederen van Bellini, Glinka, Loewe, Mendelssohn, Niedermayer, Schubert, Schumann
John Mark Ainsley (tenor), Sarah Connolly (mezzosopraan), Luis Gomes (tenor), Anush Hovhannisyan (sopraan), Robin Tritschler (tenor), Christopher Maltman (bariton); Malcolm Martineau (piano)
Vivat 114 • 79’

Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

gens c Alexandre Weinberger Virgin Classics

In 1999 werd Véronique Gens door de Franse ‘Victoires de la Musique’ uitgeroepen tot zangeres van het jaar, maar haar carrière begon dertien jaar eerder, toen zij werd voorgesteld aan William Christie. Haar stem was nog niet geschoold en dat was precies waar hij naar op zoek was. In 1986 debuteerde zij als lid van zijn beroemde barokensemble Les Arts Florissants. Zeer snel groeide zij uit tot de zangeres van de barokmuziek en werkte met de grootste namen uit het circuit: Marc Minkowski, Philippe Herreweghe, René Jacobs, Christophe Rousset en Jean-Claude Malgoire.

Gens zingt ´Ogni vento´ uit Agrippina van Hàndel, olv Malgoire:

Het was Malgoire die haar haar eerste Mozart rollen: Cherubino (Le Nozze di Figaro) en Vitellia (La Clemenza di Tito) liet zingen, maar als iemand haar twintig jaar geleden had voorspeld dat zij ooit Contessa uit Le Nozze of  Elvira (Don Giovanni) zou zingen, dan had ze het stellig niet geloofd.

Véronique Gens als Donna Elvira in Barcelona:

Zingen wilde zij altijd al, maar haar familie van vrijwel alleen maar artsen en farmaceuten vond het maar niks. Geen vast inkomen, geen pensioen  … Dus ging zij Engels studeren in haar geboorteplaats Orléans, en daarna op de Sorbonne.

Inmiddels heeft zij honderden – waarvan vele bekroonde – opnamen gemaakt en haar repertoire breidt zich steeds uit: na Mozart kwam Berlioz  – zo zong zij de rol van Marie in L’enfance du Christ, en voor haar opname van Les Nuit d’été werd zij uitverkoren als de ´Editor’s Choice´ van het Engelse Gramophone. Ook haar cd getiteld Nuit d’étoile met liederen van Fauré, Poulenc en Debussy werd overal zeer enthousiast ontvangen.


Voor Virgin was zij in 2006 op een ontdekkingsreis door de veelal onbekende schatten van de Franse barok gegaan en het resultaat mag er wezen.

 

Gens Tragediennes

Begeleid door het Ensemble Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset nam zij aria’s op van de opera’s van Lully, Campra, Rameau, Leclair, de Mondonville, Royer en Gluck Die zogenaamde “tragédie-lyriques” waren geïnspireerd door de grote klassieke toneelstukken, waarin het tragische element als het belangrijkste gold. Ook bevatten ze lange dramatische scènes, die de toenmalige diva’s de mogelijkheid gaven om het hele scala aan emoties te kunnen tonen.

Véronique Gens past dit allemaal als een handschoen. Zij neemt ons op een ontdekkingreis mee, waarin heel wat vergeten pareltjes voor een enorm plezier zorgen. Maar hoe prachtig ze ook allemaal niet zijn, het absolute hoogtepunt bereikt ze in ‘Dieux puissants que j’atteste…’, Clytamnestra’s schrijnende hartenkreet om haar dochter, uit Iphigénie en Aulide van Gluck.

Daar stijgt zij met de snelheid van een achtbaan tot enorme hoogtes in, en laat de luisteraar naar adem happend en met hartkloppingen achter. Brava.


TRAGÉDIENNES
Aria’s uit vroege Franse opera’s van Lully, Campra, Rameau, Mondonville, Leclair, Royer, Gluck
Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset
Virgin 346.762-2 • 70’

(meer…)

THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade

Serenade-cover-1200x1193

Dat ik de cd zo waanzinnig mooi vind ligt voornamelijk aan de pianist. Maciej Pikulski, al sinds jaar en dag een vaste partner van veel vooraanstaande liedzangers toont zich hier een echte redder in nood.

Serenade Hampson Pikulski

Maciej Pikulski © The Arts Desk

Want, hoe graag ik ook zou willen, voor Thomas Hampson kan ik maar niet warm worden. Zijn stem is dunner geworden waardoor zijn vroeger o zo charmante warmte aan gloed heeft ingeboet, bovendien is zijn intonatie niet altijd zuiver.

Gelukkig zijn de liederen, ‘melodies’ zoals ze in het Frans heten, meestal eenvoudig in hun harmonische structuur. Hun oorsprong ligt in de – in de negentiende eeuw zo populaire – salons, waar de operacomponisten graag geziene gasten waren en waar ze hun componeerkunst aan de welgestelde gasten toetsten.

Desalniettemin: Hampsons voordracht en betrokkenheid zijn nog altijd voorbeeldig. In ‘Danse Macabre’ pakt hij lekker uit en ook de andere twee liederen van Saint-Saëns klinken bij hem ouderwets goed. Maar ook hier is het de pianist die mij het meest weet te imponeren.

Het ligt dan ook aan Pikulski dat ik bij het beluisteren van de prachtige ‘Les roses de l’amour’ van Albéric Magnard aan het dagdromen sla en het zijn ook de laatste door hem aangeslagen paar noten, die nog lang in mijn hoofd blijven naspelen.


SERENADE
Liederen van Gounod, Bizet, Meyerbeer, Chabrier, Chausson, Massenet, Saint-Saëns en Magnard
Thomas Hampson (bariton), Maciej Pikulski (piano)
Pentatone PTC 5186681 • 57’

DIRK FOCK: Songs and Sketches

DirkFockSplendor

En alweer duikt er een onbekende naam uit de archieven. Ik weet niet hoeveel mensen ooit de naam van Dirk Fock hebben gehoord, voor mij is hij een grote onbekende.

De Nederlandse dirigent en componist Dirk Fock werd in 1886 geboren in Nederlands-Indië. Zijn vader was een advocaat en provinciebestuurder, een carrière als musicus lag niet voor de hand.

Fock studeerde in Berlijn bij onder anderen Artur Nikitsch. In 1917 verving hij Mengelberg bij het Concertgebouworkest, het orkest dat hij nog vele malen zal dirigeren. Zijn werkterrein breidde zich tot aan de Verenigde Staten waar hij vanaf 1939 permanent ging wonen. Om begrijpelijke redenen veranderde hij daar zijn naam in Foch.

Portrait of Dutch conductor Dirk Fock and Russian composer Igor Stravinsky (b/w photo)

Dirk Fock met Igor Stravinsky in 1926 © Bridgeman Images (via Zefir Records)

Als componist was Fock grotendeels een autodidact. Zijn nagelaten oeuvre is niet echt groot, maar zeker bijzonder te noemen. Hij heeft werken voor piano en viool gecomponeerd, maar met zijn vele liederen, een opera en een mirakelspel op zijn naam verraadt hij een bijzondere fascinatie en liefde voor de menselijke stem.

Zefir Records heeft nu een hele cd met zijn composities laten opnemen. Alle drie de liederencycli vind ik mooi en zeer aangenaam om naar te luisteren, verrassend zijn ze ook.  Zowel Irene Maessen die de Sieben Lieder en Trois Chants voor haar rekening neemt als Mattijs van de Woerd kunnen mij er ook in bekoren. Zeker de bariton, die de Songs of Glory bovendien fascinerend weet te acteren.

DirkFock Maurice

Maurice Lammerts van Bueren

Java Sketches, Focks laatste werk waarin hij de geluiden uit zijn jeugd in Nederlands-Indië heeft verwerkt vind ik van een uitzonderlijke schoonheid. Ze worden ook zeer inspirerend en sprankelend gespeeld door Maurice Lammerts van Bueren.

Als u het mij vraagt: een absolute must.

Dirk Fock
Songs and Sketches
Irene Maessen (sopraan), Mattijs van der Woerd (bariton)
Maurice Lammerts van Bueren (piano)
Zefir Records ZEF 9651