live voorstellingen

LA FORZA DEL DESTINO bij De Nationale Opera in Amsterdam

La forza del Destino

© Foto Petrovsky&Ramone

Als geen ander wist Verdi wat noodloot was. Kort na elkaar verloor hij zijn beide kinderen en zijn vrouw en aangezien zijn eerste opera’s hem niet het succes brachten waar hij van droomde dacht hij al aan opgeven. Toch verzoende hij zich met zijn lot en ging dapper verder, wat hem geen windeieren heeft gelegd. Of hij iets van zichzelf aan het personage van Alvaro, de held van La forza del destino (De macht van het noodloot) heeft gegeven, dat weten we natuurlijk niet, maar echt uitgesloten is het niet.

La forza_037

© Monika Rittershaus

Het noodlot is voor Alvaro zeer ongenadig; ondanks zijn beste bedoelingen loopt alles in de soep. Per ongeluk doodt hij zijn schoonvader in spe en in een door hem ongewild duel verwondt hij dodelijk de broer van zijn geliefde die, voor hij sterft, nog de kans ziet om zijn zus te vermoorden.

lEonora (Eva-Maria Westbroek) & aLVARO (Roberto Aronica)

Roberto Aronica (Alvaro) en Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Iedereen dood en hoe nu verder? In de eerste versie van de opera liet Verdi zijn held zelfmoord plegen, maar bij nader inzien liet hij hem zich met het (nood)lot verzoenen en het verder in Gods handen leggen. Het noodlot waar niet aan valt te ontsnappen, het kinderlijk naïeve vertrouwen in God en – of misschien voornamelijk – moeder Maria: zie hier de belangrijkste thema’s van de opera.

 

La Forza christof loy

Christoph Loy © De Nationale Opera

Christoph Loy heeft het goed begrepen en trakteerde ons op een onwaarschijnlijk goede, mooie, logische en librettogetrouwe productie. Wanneer zie je nog dat als er zwaarden getrokken moeten worden er ook daadwerkelijk zwaarden worden getrokken, en als er een pistool moet afgaan er ook daadwerkelijk een pistool afgaat? Om maar iets te noemen?

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het helaas niet (meer). Dat alleen maakt het reisje richting Waterlooplein meer dan waard. Maar er is natuurlijk veel meer, want laten we eerlijk zijn: voor de regie ga je niet naar de opera, althans ik niet.

 

La Forza Michele_Mariotti_I4Q5944©Rocco_Casaluci_2015-copia

Michele Mariotti © Rocco Casaluci

Met het orkest en het koor zat het meer dan snor. Maestro Michelle Mariotti ontlokte het Nederlands Philharmonisch Orkest de mooiste en zoetste klanken. Hij liet het orkest fluisteren en waar nodig brullen, het voelde als een openbare masterclass Verdi-dirigeren.

Muti-achtig volgde hij de partituur op de voet en voorzag elke noot van de juiste kleur, maar de glans en schittering en de soms iets extreem geaccentueerde tempi en accenten, die deden mij het meest aan de jonge Abbado denken. Het voelde alsof de beide maestri samen Amsterdam aandeden om het Nederlandse publiek een avondje echte Verdi voor te schotelen. Mamma mia! Dat hoor je niet iedere dag, gelooft u mij maar!

Leonora (Eva-Maria Westbroek)

Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Eva-Maria Westbroek (Leonora) gaf ons alles wat ze had. Of eigenlijk meer, want bij ‘Pace, pace, mio Dio’ aangekomen kwam ze een beetje in ademnood en haar krachten lieten haar in de steek. Desalniettemin: zeer bewonderenswaardig! Haar Leonora was voornamelijk kwetsbaar en o zo makkelijk te verwonden. Dat hoorde je zeer goed aan het einde van de eerste akte: haar ‘La Vergine degli Angeli’ was meer dan ontroerend. Geholpen door de mannen van het Koor van de Nationale Opera liet ze mij de pauze ingaan met tranen in de  ogen.

Alvaro is één van de zwaarste Verdi-rollen en ik betwijfelde het of Roberto Aronica het aan zou kunnen. Ik kende hem alleen van licht lyrische rollen, Nemorino (L’Elisir d’amore) en Rodolfo (La Bohéme) en daarmee vergeleken is Alvaro een ware Mont Everest. Nou, geloof mij, Aronica deed het en hoe! Zijn stem heeft zich enorm ontwikkeld tot een echte spinto-formaat, waarmee hij alle hoeken van de zaal makkelijk bereikte, ook waanneer hij pianissimo zong. Buitengewone prestatie.

Alvaro (Roberto Aronica) & Carlo (Franco Vassallo)

Roberto Aronica (Alvaro) en Franco Vassalo (Carlo) © Monika Rittershaus

 

Zijn grote aria ‘La vita è inferno all’infelice’ gaf hij – geholpen door de prachtige klarinet solo –  de nodige weemoed en klaagtonen mee. En je wist het: deze Alvaro heeft het allemaal al gezien, hij wilt echt  niet meer. Toch hoorde je in zijn interpretatie voldoende heroïek om er zeker van te zijn dat, mocht het nodig zijn hij tot het bittere einde zal vechten.

Wat hij ook deed. Eerst op het slagveld waar hij gewond raakte en daarna, jaren later, in het duel met Carlo, met wie hij eerst vrienden voor het leven werd en met wie hij de vriendschap met een schitterend gezongen duet bezegelde.

Carlos (Franco Vassallo) en Alvaro (Roberto Aronica)

Franco Vassalo (Carlo) en Roberto Aronica (Alvaro) © Monika Rittershaus

Dat je die Carlo niet echt moest vertrouwen, dat had Alvaro best kunnen weten, ook zonder de ware identiteit van de man te kennen. Een gokkende zuipschuit en een vechtersbaas, niet echt materiaal voor de beste vriend zou je zeggen. Franco Vassalo zette die rol uitstekend neer. Hij beschikt over een grote, warme Verdi-bariton waarmee hij mij volledig wist te overtuigen

Preziosilla (Veronica Simeoni), dansers en Koor van de Nationale Opera

Veronica Simeoni (Preziosilla) © Monika Rittershaus

Veronica Simeoni (Preziosilla) viel mij helaas tegen. In plaats van een ronde en kruidige mezzo met een vibrerende laagte hoorde ik een dunne sopraan die haar krachten werkelijk tot het uiterste moest spannen om nog iets van haar ‘Viva la guerra’ te maken. Voor het ‘Rataplan’ heeft de regisseur haar een Turks haremkostuum aangemeten en haar heeft laten dansen, waardoor haar stemgebreken minder opvielen. En het moet gezegd: zij zag er mooi uit en in het dansen deed ze niet onder voor de mannen van het ballet (choreografie Otto Pichler).

 

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Guardiano (Vitalij Kowaljow)

Vitalij Kowaljow (Padre Guardiano) en Eva-Maria Westbroek © Monika Rittershaus

Vitalij Kowaljow zong een warme, meevoelende Padre Guardiano en Allessandro Corbelli wist het publiek te bespelen met zijn semi komische rol van Fra Melitone.

 

La forza_368-1

Alessandro Corbelli (Fra Melitone) © Monika Rittershaus

Alle kleine rollen waren meer dan voorbeeldig bezet en dat mag toch echt een unicum heten. Carlo Bosi zette een voortreffelijke Mastro Trabuco neer, wat een zanger en wat een acteur! Peter Arink was een uitmuntende chirurg en de rol van un alcade lag voortreffelijk in handen (of moet ik zeggen stembanden?) van de – zoals altijd – meer dan de betrouwbare Roger Smeets.

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Curra (Roberta Alexander)

Eva-Maria Westbroek en Roberta Alexander (Curra) © Monika Rittershaus

Toch moesten ze allemaal verbleken bij Roberta Alexander (Curra). Met haar 68 jaar gaf ze een zowat openbare les in een rol zingend acteren en men kan alleen maar betreuren dat haar rol zo klein was. Beste DNO: mogen we mevrouw Alexander nog wat vaker op de Amsterdamse planken meemaken? Alstublieft?

 

La Forza

Peter Arink (un chirurgo) en Roberta Alexander (Curra) bij het slotapplaus © Lieneke Effern

Bij de nazit kwam ik Antonio Pappano tegen, toch niet iemand die de DNO-premières platloopt. Daar was een simpele verklaring voor: de productie gaat richting het Londense ROH, waar hij het zal dirigeren. Het is natuurlijk afwachten of Pappano de opera nog beter zou kunnen laten klinken dan Mariotti in Amsterdam heeft laten horen, maar dat denk ik eerlijk gezegd niet. Maar één ding weet ik zeker: zo’n (mannen)koor, dat krijgen ze daar, in Londen, zeer zeker niet. Zo’n koor vind je gewoon nergens.

Mensen: op naar het Waterlooplein, deze productie mag u niet missen!

Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/opera/2017-2018/voorstelling/la-forza-del-destino

Discografie: GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO

 

 

Advertenties

IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015

IVC summer-school-on-russian-repertoire-participants-and-masters

Deelnemers aan het Summerschool © www.lafeenyx.com

Zo heb je niets, zo heb je een fiets: zo luidt mijn (zelf verzonnen!) geliefde gezegde. Soms is het culturele aanbod zo groot dat je niet meer weet waar je heen wilt. Maar, hoe moeilijk het ook niet is: kiezen moet je. Dus op de dag dat de meeste operaliefhebbers zich in het Amsterdamse Concertgebouw verzamelden om in een heuse Wagner marathon te worden ondergedompeld, spoedde in mij naar het Muziektheater waar een veel kleinschaliger, maar beslist niet minder interessante feest plaatsvond.

Na een week hard werken presenteerde een aantal jonge zangers zich met repertoire dat je nog steeds veel minder hoort dan de (zeker op onze podiums) dominerende Wagners. Want wees eerlijk: hoeveel Russische opera’s kent een gemiddelde operafan eigenlijk?

Het onvolprezen Internationaal Vocalisten Concours – dat veel meer doet dan het houden van een tweejaarlijkse zangcompetitie– organiseert sinds 2011 ook zogenoemde summerschools, waar zorgvuldig uitgekozen kandidaten zich in een bepaald repertoire en in bepaalde technieken kunnen bekwamen

Het begon allemaal met een Belcanto Summerschool in 2011, in 2013 gevolgd door de Wagner Academie. In 2014 werden, in samenwerking met De Nationale Opera, workshops Frans repertoire georganiseerd. En in hetzelfde jaar vond de ‘Mahler | Strauss Masterclass & Symposium’ plaats.

Nu werd er, wederom in samenwerking met De Nationale Opera, tijd en ruimte gemaakt voor de Russen. In het slotconcert in Amsterdam lieten maar liefst 21 jonge zangers horen hoe zij met de vermaarde ‘Russische ziel’ wisten om te gaan. Het resultaat was alleszins bevredigend, met een paar echte uitschieters.

De Russisch-Nederlandse zusjes Elnara en Gulnara Sfafigullina waren voor mij niet onbekend. Beiden heb ik al eerder met veel plezier gehoord. Zaterdag viel mij op hoe geweldig ze zijn gegroeid en hoe ontzettend professioneel ze inmiddels zijn geworden. Maar ook dat ze de grens van ‘jong getalenteerd’ al ruimschoots zijn gepasseerd.

IVC-Zemfira

Elnara Shafigullina als Zemfira in Aleko © Vanessa Fichter

Zeker voor Elnara geldt dat laatste. Met haar 35 jaar is ze het beginnersstadium ontgroeid en het verbaasde me dat ik haar hier bij een summerschool trof, en niet op het podium van één van onze operahuizen. Haar groots gezongen Zemfira (Aleko) was niet alleen prachtig om te horen, maar ook om te zien. In haar korte optreden wist ze haar personage – een mengeling van Carmen en Nedda – tot leven te wekken.

Gulnara zong en speelde een zeer overtuigende Tatyana (Jevgeni Onjegin), die wel een beetje overschaduwd werd door Oleksandra Didenko (Olga). De Oekraïnse beheerste de bühne vanaf het eerste moment dat ze opkwam. Maar net zo goed (en dat noem ik professionalisme) wist ze een stapje opzij te doen als haar collega’s aan de beurt waren. Eerder maakte ze overigens al indruk met een kort optreden als Milovzar in Pique Dame.

En dan was er nog de Oekraïnse Olena Kumanovska. De grote aria van Lisa (Pique Dame) zong zij met een grote, resonerende stem. In het duet met Pauline werd zij bijgestaan door de even indrukwekkende Belgische mezzo Sara Jo Benoot.

IVC-Kumanovska-en-Benoot

Olena Kumanovska en Sara Jo Benoot in een scène uit Pique Dame © Vanessa Fichter

Het was een beetje een ‘damesmiddag’, want het valt niet te ontkennen dat de vrouwen (allemaal!) superieur waren aan hun mannelijke collega-cursisten. Het is niet zo dat de mannen (waarvan twee eerder jongens dan mannen) slecht waren. Het is best mogelijk dat ze wat meer last hadden van de zenuwen. De door de 25-jarige Misha Gavriloff gezongen aria van Yeletsky voelde daardoor wat stijf aan. Mooi, maar een beetje saai.

De Koreaanse Boram Kim had zichtbaar minder last van zenuwen en wist de aria van Tomsky ook van goed acteerwerk te voorzien.

De Poolse bas Mateusz Hoedt liet in zijn lyrisch gezongen arioso van de Oude Man uit Aleko horen wat een belofte voor later hij is. Slechts 25 jaar en nu al zo’n prachtige diepte!!

Als een blok viel ik voor de charmes van Mikołaj Trąbka (Onjegin). De nog maar 23-jarige bariton heeft een charisma van hier tot Tokyo en stiekem bekroop mij het gevoel naar een zingende Hugh Grant te kijken. Zijn Onjegin had precies dat ‘etwas’ dat (jonge) mannen onweerstaanbaar maakt: een beetje onbeholpen, jongensachtige onschuld.

 

IVC-Trabka

Mikołaj Trąbka © Vanessa Fichter

 

In aanloop naar de operafragmenten werden een paar liederen van Rachmaninov, Tsjaikovski en Moessorgsky ten gehore gebracht. In dat repertoire wist Sara Jo Benoot mij het meeste te bekoren.

Aangezien de meeste deelnemers Russisch, Oekraïens of Pools waren, kan ik niet goed beoordelen hoe goed de taalcoach haar werk heeft gedaan. Maar iedereen was goed te verstaan.

De begeleidende pianistes waren van wisselend niveau. Het meest gecharmeerd was ik van Polina Bogdanova (liederen), maar Liubov Orfenova, die de scènes uit Onjegin begeleidde, straalde de meeste power uit.

Het is nu wachten op de volgende editie van het IVC, over een paar weken. En op de volgende summerschool. Wellicht Verdi? Dat hoop ik!

 

MONIQUE KRÜS: The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head

 

    Peter de Grote                                                     Anna Mons

In 2013 vierden wij een ‘Nederland – Ruslandjaar’. De betrekkingen tussen beide landen bestonden toen vierhonderd jaar en daar hoorde een feest bij. Voor de gelegenheid heeft het Grachtenfestival en het Peter de Grote Festival bij Monique Krüs een opera over het leven van Peter de Grote besteld.

De wereldpremière heeft op 2 augustus 2013 in Groningen plaatsgevonden, maar de bijna drie weken later in het Amsterdamse Hermitage (waar anders?) uitgevoerde voorstelling voelde heel erg ‘premièrerig’ aan, ook omdat bijna de helft van het publiek bestond uit ambassadeurs en anderszins belangrijke mensen.

Hoe mooi en sfeerverhogend de entourage van de tuin van het Hermitage ook niet is, het is niet echt ideaal om een niet al te makkelijk in het gehoor liggende opera tot zich te nemen, zeker niet als het de eerste keer is dat je het hoort.

Het verhaal is complex en toch snel verteld: tsaar Peter is oud en ziek en voelt het naderende einde. Hij overpeinst zijn leven en haalt herinneringen op aan vroeger, daarbij geholpen door in een rap tempo achterovergeslagen glaasjes wodka. Ondertussen wordt de minnaar van zijn vrouw letterlijk een kopje kleiner gemaakt. En dat terwijl hij hem net gratie wilde schenken.

 

Tsar wodaka

Tsar Peter (Arash Roozbehi) aan de wodka © Ronald Knapp

Slim bedacht, maar een beetje oppervlakkig: middels de flashbacks kom je veel van het leven van de tsaar te weten, zonder hem eigenlijk te leren kennen. Nou is de opera niet echt een medium voor historische studie, maar ik denk dat het gegeven uitgewerkt kan worden tot iets meer dan één uur.

Over de muziek zelf kan ik moeilijk iets zeggen. In sommige scènes moest ik aan Samuel Barber denken, in scène twee, bijvoorbeeld. Of – nog sterker – tijdens de machteloze dans van Catherina, maar echt beklijven deed het niet. Ik zou het nog een keer moeten horen, maar dan wel onder betere omstandigheden.

De regie vond ik een beetje vreemd en voornamelijk inconsequent. De kostuums waren ook niet bijzonder behulpzaam. Realistische scènes mengen met surrealisme en humor à la Topor werkt niet echt.

 

Tsar met jenever

Leon van Liere als Nicolas Witsen (midden) met Esther Kuiper (zijn vrouw) en Arash Roozbehi (Peter)  © Ronald Knapp

De oranje sjaals en dassen plus een kruik jenever – is dat het beste wat Nederland zijn buitenlandse gasten te bieden heeft? Want in de synopsis stond letterlijk dat de burgemeester en zijn vrouw de jonge tsaar vol trots alle verworvenheden van Holland tonen. Maar toegegeven: in deze scène kwam de opera echt tot leven.

De zwarte jurk van Catherina was, in tegenstelling tot het rode design-gevalletje wat Anna Mons droeg, gewoon lelijk. Zat er een bedoeling achter?

 

Tsar Willem tries to seduce Catherine

Catharina (Caroline Uppers) en haar lover Willem Mons (Leon van Liere) © Ronald Knapp

En waarom moest Anna een (zeer fraaie, dat wel) kamerjas aan toen Peter haar na 12 jaar wilde verlaten? Ook zonder zou de scène zeer ontroerend zijn geweest, net als de daaropvolgende samenzwering van Anna met haar broer.

 

Tsar kimono

Willem Moons (Leon van Liere) met zijn zus Anna (Maartje Rammeloo) © Ronald Knapp

Ik moest sterk aan de andere afgedankte Anna denken, Boleyn. Wellicht ook omdat Maartje Rammeloo, die de rol meer dan fantastisch vertolkte, een belofte voor de andere Anna in zich heeft? De tijd zal het leren, maar haar fraai getimbreerde sopraan en haar souplesse, evenals de manier hoe zij met noten en overgangen omgaat, doen naar meer smaken.

 

Tsar Maartje-Rammeloo-Tsar-Ronald-Knapp

Maartje Rammeloo (Anna Mons) en Peter de Grote (Arash Roozbehi) © Ronald Knapp

Over de zangers trouwens niets meer dan lof! Daar kunnen we trots op zijn, op het potentieel dat wij hier in Nederland hebben. Dat ik er niet echt uitgebreid op in ga heeft te maken met de akoestiek, waardoor ik ze onrecht zou kunnen aandoen.

Peter werd gezongen door de uit Iran afkomstige bariton Arash Roozbehi, maar zo te lezen is hij hier al bijna ingeburgerd. Zijn mooie sonore stem met erotische ondertoon en zijn ‘barihunk-voorkomen’ maken hem bijzonder geschikt voor een Giovanni.

Carolina Luppers (Catherina) imponeerde met haar fraaie verschijning en een dito stem, dansen kon zij ook. Leon van Liere (Willem Mons/ burgemeester Witsen) schakelde makkelijk tussen al die karakters in, een gave! Tim Maas was een goede Lefort.

Tsar Sophia Peter

Esther Kuiper (Sofia) met Tsar Peter (Arash Roozbehi) © Ronald Knapp

Bijzonder onder de indruk was ik van de mezzo Esther Kuiper (Sofia/mevr.Witsen). Al lang heb ik het geluid van een echte mezzo, inclusief de lage borsttonen niet meer gehoord, zeker niet bij de jonge zangeressen. Kuiper heeft het allemaal, inclusief de soepele overgangen tussen de registers.

Tsar Monique

© Ronald Knapp

Ook het acht man tellende orkest, met strakke hand gedirigeerd door de meezingende componiste verdient alle lof. Allen al de manier hoe de violist alle lyrische passages dat kleine beetje meer gaf, prachtig.

Ik denk ook dat de opera veel beter tot zijn recht zou kunnen komen in een (kleine) zaal, met alle gemakken van een minstens redelijke akoestiek. Hij verdient de tweede kans.

The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head
Monique Krüs en Sjoerd Kuyper (libretto)
Arash Roozbehi, Caroline Luppers, Leon van Liere, Maartje Rammeloo, Tim Maas, Esther Kuiper
Het Kamerensemble olv Monique Krüs
Regie: Jos Groenier

Bezocht op 22 augustus 2013

GEORGES BIZET: Le Docteur Miracle. Grachtenfestival 2017

Bizet

Georges Bizet

Het lot is niet genadig geweest voor Georges Bizet. Hij zal wereldberoemd gaan worden vanwege maar één opera, waarvan hij het succes niet eens heeft mogen proeven. Hij stierf in 1875, getroffen door een dubbele hartattack mede veroorzaakt door de vreselijke fiasco van Carmen. De opera die in de toekomst de populairste opera ooit zou gaan worden.

Bizet was toen nog maar zevenendertig en wie weet wat hij ons allemaal in de toekomst had kunnen schenken? Dat hij zeer talentvol was, dat stond al vast toen hij als negenjarige toegelaten werd tot het Parijse Conservatorium, waar hij compositieles kreeg van zijn toekomstige schoonvader, Jacques Fromental Halévy.

In 1856 schreef Jacques Offenbach een concours uit voor het componeren van een komische eenakter. Van de 78 deelnemers koos de jury zes finalisten, die allemaal hetzelfde libretto (van Léon Battu en Ludovic Halévy) aangereikt kregen. De eerste prijs werd ex aequo gewonnen door de toen achttienjarige Bizet en de zes jaar oudere Charles Lecoque. ‘Le Docteur Miracle’ bleef elf avonden op de affiches staan, daarna verdween het werk in de archieven. Daar werd hij in 1951 teruggevonden en pas elf jaar later gepubliceerd.

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

Pianist, arrangeur en regisseur Jeroen Sarphati heeft de operette voor het Grachtenfestival in het Nederlands vertaald en de actie een eigentijdse draai gegeven.

 

Marcel Reijans als beroepsdemonstrant, personal assistent en Dr.Miracle
Foto’s: Ronald Knapp

De hoofdrol van een jonge beroepsdemonstrant (soldaat in het oorspronkelijk verhaal), die om zijn geliefde – een puberende dochter van een keurige burgemeestersechtpaar – te kunnen bezoeken verschillende vermommingen aanneemt, werd meer dan voortreffelijk gezongen door Marcel Reijans. Wat mij meteen opviel was zijn voortreffelijke dictie, waardoor ieder door hem gezongen woord perfect kon worden verstaan. Ook zijn mooie, egaal gevoerde tenor kan niet genoeg geprezen worden, ik vond het zeer aangenaam om naar hem te luisteren. In al zijn vermommingen was hij even grappig en dat het meisje als een blok voor hem viel was eigenlijk vanzelfsprekend, wat een charmeur!

 

bizet dr miracle

Esther Kuiper, Laetitia Gerards, Willem de Vries © Ronald Knapp

Zijn geliefde Lauretta werd voortreffelijk gezongen door Laetitia Gerards. De rol van een verliefde puber was haar zowat op het lijf geschreven en haar zingen was net zo mooi als zijzelf. Het was een waar genoegen om de jonge, sprankelende sopraan van zo dichtbij te mogen meemaken.

Esther Kuiper was onovertroffen als de deftige burgemeestersvrouw. Zij gaf de rol de nodige onverschilligheid van een in louter uiterlijkheden geïnteresseerde ‘Gooise vrouw’ en haar hele optreden was in perfecte balans met haar warme stem. Ik volg de jonge mezzosopraan al een tijd, want zangeressen van haar kaliber ziet men niet zo vaak meer. Het is niet alleen de schoonheid van haar stem en haar warme timbre, het is het hele plaatje van een absolute perfectie, waar een topartieste aan moet voldoen.

Willem de Vries was een goede, harkerige burgemeester, zijn optreden vond ik zeer amusant.

De productie (regie: Jeroen Sarphati) was uiterst vermakelijk, met als hoogtepunt het beroemde ‘omelet-kwartet’. In het oorspronkelijke libretto werd het gerecht bereid met paddenstoelen, nu werd het door ‘the personal assistent’ van de burgemeester rijkelijk bestrooid met fipronil. Het lievelingseten van de burgervader werd zo vies bevonden dat men niet alleen moest kokhalzen maar zelfs vermoedde te zijn vergiftigd. Waarna heil en genezing werd gezocht bij de kwakzalver Miracle (allemaal vermommingen van de jonge minnaar). Voor de wonderpil moest een huwelijkscontract worden ondertekend en zo konden de jonge geliefden elkaar omhelzen. Waarbij ook de waarheid over fipronil werd onthuld: het ‘goedje’ is niet dodelijk.

Helaas hebben de weergoden het laten afweten: na een paar minuten begon het te regenen. Ik had echt te doen met de zangers, die zich in stromende regen dapper van hun rollen wisten te kwijten zonder aan zeggingskracht te verliezen. Petje af! Stoïcijns en onverschrokken kropen ze in de huid van hun niet direct sympathieke personages en lieten het in de regenponcho’s gestoken publiek van de verwikkelingen hoorbaar genieten.

Walton Museum-Van-Loon-foto-Ronald-Knap

© Ronald Knapp

Er zijn nog een paar voorstellingen – GAAN! Ook vanwege de entourage, de prachtige tuin van het Museum van Loon. En dan maar hopen dat het droog blijft!

Georges Bizet
Le Docteur Miracle
Laetitia Gerards (sopraan), Esther Kuiper (mezzo-sopraan), Marcel Reijans (tenor), Willem de Vries (bariton)
Jeroen Sarphati (regie en piano)

Bezocht op 12 augustus 2017 in de tuin van het Museum van Loon in Amsterdam

Meer Grachtenfestival-recensies:

GRACHTENFESTIVAL 2013: ‘The Bear’ van William Walton

Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

 

GRACHTENFESTIVAL 2013: ‘The Bear’ van William Walton

Walton

Het verhaal: de mooie weduwe Irina Popova treurt al zeven maanden om haar overleden echtgenoot, en dat, terwijl hij haar ontrouw is geweest en met schulden heeft opgezadeld.

Samen met haar oude bediende Luka leeft zij teruggetrokken in haar landhuis tot er opeens een man voor de deur staat. Het is een zekere Smirnov die de schuld van haar man komt vereffenen. Hij gedraagt zich als een ongelikte beer, het komt tot uitbarsting en er worden zelfs pistolen getrokken voor een duel. En dan slaat de vlam in de pan: ze worden op slag verliefd en het duel eindigt in een vurige kus.

Het gegeven komt uit een verhaal van Tsjechov, de absolute meester in het tot één geheel samensmelten van humor en weemoed. Daar moest William Walton aan denken toen hij een opdracht kreeg van de Koussevitzki-stichting en een paar jaar later een operabestelling kreeg van het Aldebourgh Festival.

Het geestelijke niemendalletje is meer dan heerlijk. Het zou vaker op affiches mogen komen, wellicht als een soort proloog voor een andere opera – iets wat vroeger vaker gebeurde.

Het zou dan ook door beginnende zangers (iets voor de jongtalentprojecten bij de operahuizen?) uitgevoerd kunnen worden. Niet omdat het nou zo makkelijk is, maar omdat je een hele scala aan emoties in nog geen uur durende voorstelling leert te beheersen. Ze kunnen hier niet alleen hun stemmen, maar ook hun acteren polijsten en voor een regisseur is het – lijkt mij – heerlijk om aan zoiets mee te werken. Zeker ook omdat hier geen dubbele laag of bodem is te ontdekken en je niet over concepten hoeft te piekeren.

Oorspronkelijk is de opera voor drie zangers en een klein kamerorkest geschreven. De uitvoering die het Grachtenfestival ons bood moest het met één pianist stellen en dat vond ik een beetje jammer. Ik vind de orkestratie van Walton meer dan subliem, waarin alles, maar dan ook werkelijk alles de revue passeert: van cabaret tot filmmuziek en zelfs Wagner.

“Listen – are you still angry.” De aanloop tot het merkwaardige einde van de klucht heeft een hoog Tristan und Isolde-gehalte. Je ziet het al voor je, hoe ze elkaar in de armen vallen in een ‘never ending love story’. Dat moment ging in de pianobewerking onherroepelijk verloren. Muzikaal dan. Dat lag niet aan de pianist, want hij was meer dan voortreffelijk en het was zijn schuld niet dat het niet goed uit de verf kwam.

Bariton Willem de Vries

Willem de Vries © Marco Borggreve

Willem de Vries was weergaloos als de beer, de boer, het monster en al het andere wat de beminnelijke weduwe naar het hoofd van Smirnov slingerde. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit een grote fan van de bariton ben geweest. Ik vond zijn stem droog en zijn houding vaak houterig, maar nu heeft hij mij meer dan verrast! Ik had de stem van Alan Opie in mijn gedachten (dat krijg je, als je met maar één opname bent ‘opgevoed’). Die is iets voller en erotischer. Toch wist de Vries mij volledig te overtuigen.

 

Walton Rosanne-van-Sandwijk-Foppe-Schut

Rosanne van Sandwijk © Foppe Schut

Rosanne van Sandwijk was zeker mooi als de aantrekkelijke weduwe met kuiltjes in haar wangen, al had ik misschien wat meer vuur verwacht. Vuur en een iets ander stemtype, iets donkerder wellicht, want nu was zij voornamelijk lief. Wat mij het meest verraste was de manier waarop haar stem zich heeft ontwikkeld, daar zit veel meer in dan ik afhankelijk dacht.

 

Walton jan Baljet

Jan Willem Baljet © Ronald Knapp

Jan Willem Baljet was onnavolgbaar in zijn rol van de bediende Luka. Met zijn optreden, zorgde hij voor de meeste hilarische momenten in het toch al zo vermakelijke stuk.

 

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

De erepalm ging naar Jeroen Sarphati. De pianist, arrangeur en regisseur in één kan niet genoeg geprezen worden voor het werk dat hij verrichtte. Ik heb mij meer dan vermaakt en zou het zeker nog terug willen zien!

Een klein fragmentje uit de première in 1067, met Monica Sinclaire en John Shaw:

William Walton
The Bear
Rosanne van Sandwijk (mezzosopraan), Willem de Vries (bariton), Jan Willem Baljet (bariton); Jeroen Sarphati (piano en regie)

Bezocht op 21 augustus 2013

Zie ook: Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

 

“You don’t have to be English”, maar soms kan het helpen. Zeker als je een stuk zoals de ‘Façade’ van William Walton gaat beluisteren, zonder dat de tekst binnen je handbereik is.

 

telefoon dame Sitwell

Dame Edith Sitwell

Dame Edith Sitwell (1887 – 1964) was een zeer excentrieke schrijfster en dichteres van aristocratisch komaf. Haar door o.a. Dada geïnspireerde serie gedichten Façade – an entertainment  schreef ze tussen 1918 en 1951. William Walton, die haar protégé was, maakte er in 1922 een soort ‘accompagnement’ voor.

 

telefoonwilliam-walton-and-edith-sitwell-1340371662-view-0

Sir William Walton met zijn vrouw Susanna en Dame Edith Sitwell

In 1951 reviseerde Walton het werk. In die versie werd het in 1953 door Decca opgenomen, met als sprekers Sitwell zelf en Sir Peter Pears:

In 1970 maakte Walton er een vervolg op: hij voegde er nog acht gedichten aan toe en noemde het Façade – An further entertainment.

Beide delen werden in het kader van het Grachtenfestival 2015 in het Amsterdamse Compagnietheater uitgevoerd, in een niet-alledaagse bezetting. Naast sopraan Rosemary Joshua stond als haar ‘partner in crime’ Nicolas Mansfield, in het dagelijks leven baas van de Nederlandse Reisopera.

 

Telefoon Facade-Ronald-Knapp

Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield © Ronald Knapp

 

Beide (versterkte) sprekers waren goed te verstaan en articuleerden voortreffelijk. Toch ontbrak er iets. Misschien kwam het doordat het flesje Bombay Sapphire op het tafeltje tussen hen onaangeroerd bleef. In elk geval wilde het nergens knallen en werd het niet meer dan een klein feestje.

Na Façade 1 merkte ik dat er een soort moeheid optrad en voor de zoveelste keer bedacht ik dat een weergave van de teksten, hoe absurd ze ook zijn, zou helpen. Was een projectie op de muur geen optie? Persoonlijk zou ik trouwens terugwillen naar de versie uit 1951, maar dat zal waarschijnlijk niet meer mogen.

Beide sprekers werden meer dan voortreffelijk begeleid door, voor de gelegenheid feestelijk uitgedoste (het oog wilt ook wat) kamermuziek ensemble De Bezetting Speelt. Hun optreden was een puur genot niet alleen voor je oor maar ook voor je gemoedstoestand. Het was nogal wiedes dat ze de jazz en de pasodoble in hun vingers hebben. En Ensemble om in de gaten te houden!

William Walton
Façade
Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield (sprekers), Ensemble De Bezetting Speelt

 

 

Telephone-Ronald-Knapp-2

Maartje Rammeloo (Lucy) en Drew Santini (Ben) © Ronale Knapp

Voor de pauze knalde de Reisopera wél en dan ook met een echte voltreffer. De mini opera van Menotti, een niemendalletje eigenlijk, The Telephone, or L’Amour à trois heb ik niet eerder zo ongelofelijk mooi vormgegeven gezien.

De Zweedse regisseur Mia Ringblom Hjertner, geholpen door decorontwerper Gunnar Ekman en lichtontwerper Joakim Brink, heeft zich precies aan het libretto en de regieaanwijzingen gehouden. De regie bracht ons naar een voor de jaren veertig modern ingericht appartement van een aan de telefoon verslaafde kunstverzamelaarster, waarbij de ‘titelheld’ niet tot smartphone werd gedegradeerd.

Maartje Rammeloo was een Lucy om je vingers bij af te likken. Gestoken in een beige deux pièces met een wit zijden bloesje en gewapend met een sigarettenpijp kon ze zo voor Rita Hayworth in ‘Gilda’ doorgaan.

Ook haar zingen was ouderwets goed. Rammeloo beschikt over een kristalheldere coloratuursopraan die zij zeer gedisciplineerd onder de duim heeft weten te krijgen. Iets, wat haar in staat stelt om hele telefoongesprekken te voeren zonder dat je in de gaten krijgt dat zij ze zingt. Haar manier van prononceren deed mij aan Marilyn Cotlow, de eerste vertolkster van de rol denken. Brava.

 

Telefoon Marilyn_Cotlow_1952

Marilyn Cotlow

Bravo ook voor Drew Santini, een Ben van je dromen. Een sukkelig jongetje, tot over zijn oren verliefd op een vrouw die hij niet aan kan. De stem van de Canadese, in Nederland wonende bariton is niet echt groot, maar de lyriek druipt er vanaf. Zo’n stem die als een warm bad aanvoelt. Geen wonder dat zijn liefdesverklaring door de telefoon Lucy’s hart liet smelten.

 

Telephone-Ronald-Knapp-1

Maartje Rammeloo & Drew Santini © Ronald Knapp

Grote bravo voor de pianist Evert-Jan de Groot, die de opera niet alleen congeniaal begeleidde maar dankzij zijn acteervermogen ook een onvervangbaar deel van het geheel was.

Het is te hopen, dat iemand de productie heeft opgenomen, want het leven kennende kan ik mijn hoop op meer en vaker Menotti laten varen.

Hieronder een impressie van de opening van het Grachtenfestival met rond minuut vijf een piepklein fragmentje uit The Telephone:

Gian Carlo Menotti
The Telephone
Maartje Rammeloo (sopraan), Drew Santini (bariton), Evert-Jan de groot (piano)

Bezocht op 15 augustus 2015 in Compagnietheater – Amsterdam.

CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

Oidípous-Janiek-Dam-1

 

Stelt u zich voor dat u plaats gaat nemen in de rechtbankjury, zoals ze in vele landen bestaan. De beklaagde wordt beschuldigd van moord op zijn vader en incest met zijn moeder: na zijn daad heeft hij zijn eigen moeder getrouwd en kinderen met haar gekregen.

Zijn advocaat pleit voor onschuldig. Zijn cliënt is ter goeder trouw: hij heeft een rondreizende bende bevochten zonder te weten dat het onder leiding stond van zijn vader. Voor het oplossen van de problemen van de bestuurloze stad kreeg hij de hand van de weduwe van de vermoorde bestuurder. Hoe moest hij weten dat zij zijn moeder was?

De beklaagde beroept zich op het onontkoombare noodlot: hij kon er niets aan doen, het stond immers in de sterren.

Fascinerend gegeven. Inspirerend ook. Voer voor mensenkenners en psychologen. En een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Geen beter thema dan een verscheurde personage die alleen maar twijfels oproept en met wie je alle kanten op kan.

odipus calliope met man

Calliope Tsoupaki en Edzard Mik © Merlijn Doomernik

Ook in de opera/het oratorium Oidípous van Calliope Tsoupaki zijn er geen antwoorden, maar mag men zelf oordelen – voor zover mogelijk. Voor haar nieuwe werk heeft Tsoupaki zich samen met haar librettist Edzard Mik door Oidípous te Kolonos van Sophocles laten inspireren, al vermengde zij dat ook met diens oudere toneelstuk, plus die van Seneca en Aristoteles.

Mik heeft het libretto in het Nederlands geschreven, waarna Tsoupaki het in oud Grieks heeft vertaald. Prachtige zet, want zo ontstond een absolute eenheid tussen de tekst en de muziek. Oud Grieks is vanzelf al metrisch en zangerig, maar door Tsoupaki’s noten werden de woorden niet alleen versterkt maar ook van een soort ‘geheimzinnigheid’ voorzien.

Tsoupaki schrijft mooie, toegankelijke muziek, zeer poëtisch ook. Het is allemaal zeer beeldend en zonder fratsen, zonder dat het meteen tot een “easy going” vervalt. Ik ben haar grote fan: als weinig anderen weet zij mijn ziel te raken.

Een van Tsupaki’s mooiste composities: Triptychon . Hieronder deel drie: ‘Eothinòn’, gespeeld door het Doelen Kwartet:

Niet anders is het met haar, speciaal voor Holland Festival gecomponeerde Oidípous. Tsoupaki bedient zich van het oude, polifonische idioom die zij rijkelijk lardeert met Griekse invloeden. Maar zij verloochent ook haar klassieken niet en laat Bach over haar schouder kijken. Dat alles wordt versterkt door het door haar gebruikte instrumentarium. Theorbes, gamba’s, traverso, orgel….. je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de muziek al eeuwen oud is.

Aan de totaal uitverkochte en zeer enthousiast ontvangen première in het Muziekgebouw aan ’t IJ droegen zeker ook de musici (de voortreffelijk spelende Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven) en de fantastische zangers bij.

Oidípous-Calliope-Tsoupaki-foto-Janiek-Dam

© Janiek Dam

De bas Harry van der Kamp beschikt over een zeer imponerend geluid, maar ik vond zijn intonatie niet altijd zuiver. Ik had ook wat meer dramatiek willen horen, maar zijn vertolking van de oude koning was zeer indrukwekkend. Met zijn zwartgeverfde oogleden oogde hij een beetje angstaanjagend, maar ik neem aan dat dat de bedoeling was.

Het was de eerste keer dat ik Nora Fischer live hoorde. Zij is een enorme toneelpersoonlijkheid en weet de aandacht niet alleen te trekken maar ook te houden. Een prestatie.

Oidípous-Janiek-Dam-2

© Janiek Dam

Haar stem is niet echt groot, maar echt oordelen kon ik niet, want het geluid (waarom eigenlijk?) werd versterkt. Het mooist vond ik de manier hoe zij van geluid wisselde naarmate het karakter het vereiste: van een lief meisje tot een krijsende vrouw, alles had zij paraat. Haar Antigone was zeer menselijk en zeer hedendaags in haar emoties. Heel herkenbaar, invoelbaar ook.

Marcel Beekman kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in het tenorale vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden. Geen wonder dat hij de geliefde tenor is van Tsoupaki en dat zij haar werken componeert met zijn stem in haar hoofd.

Met zijn drieën vertolkten de zangers alle rollen: de oude en de jonge Oedipe, Polyneikes, Kreon, Theseus, Antigone en het koor. Ik vond het een beetje verwarrend, een naamaanduiding boven de verzen was beslist niet overbodig geweest.

Odipus

De zaal van het Muziekgebouw was in de mise-en-espace van Pierre Audi veranderd in een soort amfitheater, met aan drie kanten van de bühne stoelen. Goed bedacht, maar niet echt publieksvriendelijk. Vanaf de mij toebedeelde plaats kon ik in ieder geval het achtertoneel niet zien.

Het op de muur achter in de zaal hangende masker dat telkens van kleur verschoot, was prachtig om te zien, maar leidde de aandacht af. Ook het geloop met het boek/de partituur in de hand, een soort déjà vu met Greek Love Songs van Holland Festival 2010, vond ik irritant. Nee, de mise-en-espace voegde in mijn ogen niets toe. Volgende keer concertante? Alsjeblieft?

Calliope Tsoupaki, kunstenaarsportret:

Calliope Tsoupaki (muziek) en Edzard Mik (libretto)
Oidípous
Regie: Pierre Audi
Marcel Beekman, Nora Fischer, Harry van der Kamp
Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven

Bezocht op 28 juni 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ