Deirdre_Angenent

LA CLEMENZA DI TITO door het Orkest van de Achttiende Eeuw

Clemenza affiche

Ik geef toe: ik houd van grote stemmen. Stemmen die dragen, die resoneren, stemmen die vanzelf je oren en daarvandaan je hart en de rest van je lichaam bereiken. Stemmen waar je geen moeite voor hoeft te doen om ze te horen, om te verstaan wat ze je willen vertellen. Althans: in de concertzaal, want met de manipuleer-knoppen en de tegenwoordig onuitputtelijke technische mogelijkheden in de studio’s kun je zelfs van een muizenstem stem een Brünhilde maken. Of een Otello.

 

La_clemenza_di_Tito_1642_C0012_000152

Deirdre Angenent (Vitellia) en Paula Murrihy (Sesto)

Maar dat is de reden niet – althans niet de voornaamste – dat ik Deirdre Angenent zo geweldig vond in haar rol als Vitellia. Haar woede-uitbarstingen waren zo uit het leven gegrepen en net zo echt klonk ook haar spijt en berouw. Een levensechte vrouw, die haar gekrenkte trots wilde wreken, maar tegen welke prijs? Tel daarbij haar koninklijke uitstraling – een echte prinses waardig, haar charisma en haar présence: top! Daar stond een zangeres van een werkelijk wereldklasse.

La_Clemenza_di_Tito_9982_foto_HansHijmering

Paula Murrihy en Deirdre Angenent

Soms deed zij mij aan Caroll Neblett denken, ook zij had die fenomenale dramatische uitbarstingen paraat zonder dat haar legato er onder leed. Neblett was ooit een fantastische Minnie (La Fanciulla del West), maar daarvoor zong zij – voor mij althans – één van de beste Vitellia’s ooit. Wellicht de indicatie in welke richting het prachtige instrument van Argenent zich gaat ontwikkelen?

Deirdre Angenant zingt ‘Ecco il punto…Non più di fiori’  op het vijftigste IVC in den Bosch. Opgenomen tijdens finales op 14 september 2014:

 

Fenomenaal was ook de Ierse mezzosopraan Paula Murrihy als Sesto. Murrihy beschikt over een soepele en smeuïge stem met warme ondertonen, waarmee zij ook fantastisch wist te acteren. Haar Sesto was meelijwekkend maar nergens pathetisch, iets waar die rol vaak in wil ontaarden. Haar grote aria Parto, parto, ma tu, ben mio’ was van een ontroerende schoonheid.

 

Clemenza_di_Tito_9965_foto_HansHijmering

Rosanne van Sandwijk (Annio) en Laetitia Gerards (Servillia)

Rosanne van Sandwijk (Annio) en Laetitia Gerards (Servilia) waren aan elkaar gewaagd. Hun stemmen pasten perfect bij elkaar wat resulteerde in een werkelijk schitterend gezongen duet ‘Ah, perdona al primo affetto’. Dat hun rollen er niet echt uit sprongen ligt vermoedelijk aan de personages zelf: echt geprononceerd werden ze door Mozart niet neergezet.

 

La clemenza di Tito, Photo and Copyright © Hans Hijmering, hanshij@xs4all.nl

Henk Neven (Publio), Rosanne van Sandwijk (Annio) en Paula Murrihy (Sesto)

Toch…. Dat er ook uit een niet echt uitgesproken rol wat valt te maken, dat heeft Henk Neven bewezen met zijn schitterend gezongen en geacteerde Publio. Jammer eigenlijk dat Mozart hem niet wat meer noten heeft gegeven!

 

Clemenza

Henk Neven (Publio) en Andres Dahlin (Tito)

Helaas viel de Zweedse tenor Andres Dahlin (Tito) mij een beetje tegen. Zijn op zich mooie stem was gewoon een maatje te klein voor de rol, daar had ik toch echt meer geluid willen horen. Bij een keizer, al is hij een ‘doetje’ verwacht je wat meer overwicht en autoriteit en dat had Dahlin niet in zich. In zijn vertolking hoorde ik smeekbedes om lief en aardig gevonden te worden, wat op zich wel klopt, maar dan meer met een beetje te veel ‘sorry dat ik besta’ gehalte. Bedenk dat de rol ooit paradepaardje was van Werner Hollweg en Nicolai Gedda! En dat het zelfs, nog niet zo lang geleden gezongen werd door Jonas Kaufmann…

 

La_clemenza_di_Tito_0061

Paula Murrihy (Sesto) en Andres Dahlin (Tito)

In het programmaboekje stond dat we extra op het aandeel van de obligato klarinet in de grote aria’s aria van Sesto en Vitellia moesten letten. Mozart componeerde het speciaal voor de klarinettist Anton Stadler die het instrument wist te verrijken met vier extra lage tonen. Nu weet ik uiteraard niet hoe Stadler zijn instrument bespeelde, maar om de schitterende bijdrage van Eric Hoeprich kon echt niemand heen.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw onder zeer energieke leiding van Kenneth Montgomery speelde zonder meer fenomenaal. Er zat goed vaart in, en zowel drama als lyriek zijn voldoende aan bod gekomen.

De opera werd semi-geënsceneerd (regie: Jeroen Lopes Cardozo) opgevoerd en deze vorm van een voorstelling beleven bevalt mij zeer. Er werd voldoende aandacht en interactie besteed, de belichting was uitstekend (de scène met de brandende Colosseum!) en met een kleine detail (gedrapeerde sjaals) werd ook de tijd waarin het verhaal zich afspeelde prima geduid.

Introductievideo ‘La Clemenza di Tito’ Orkest van de Achttiende Eeuw:

Alle foto’s: © Hans Hijmering

Bezocht op 18 oktober 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

Advertenties

Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014

 

IVC-winnaars

Winnaars van het 50ste IVC © Vincent Nabbe

En opeens was het voorbij. Na zeer lange dagen (en halve nachten) van luisteren, nadenken, debatteren, overleggen, meningen vormen en ze herzien, sloot het vijftigste Internationaal Vocalisten Concours op zondag 13 september 2014 af met de Grande Finale. Een impressie.

De negen finalisten in de categorie opera/oratorium mochten zich eindelijk in ‘vol ornaat’ presenteren aan het publiek en de jury. Geen piano meer, maar een volledig orkest, dat onder leiding van het jurylid Kenneth Montgomery werkelijk wonderen verrichtte om al de verschillende stukken op tijd in te studeren en ze dan op zo’n hoog niveau uit te voeren. Chapeau!

Een speciale vermelding verdient de klarinettist van de philharmonie zuidnederland, die zich in twee aria’s van Mozart, beide uit La clemenza di Tito, een waardige partner toonde van Deirdre Angenent (‘Ecco il punto..’) en Catriona Morison (‘Parto, parto..’)

De Chinese Yibao Chen (met 24 jaar één van de twee jongste deelnemers) stelde mij na haar sterke optreden in de halve finale behoorlijk teleur. Vivaldi’s ‘Juditha triumphans’ was voor haar nog duidelijk te hoog gegrepen. Haar keuze voor ‘Meine Lippen, sie küssen so heiss’ (Giudita van Lehár) was buitengewoon sympathiek (eindelijk een operette op het menu!), jammer alleen dat zij zo vreselijk schmierde. Toch ging ze niet met lege handen naar huis: samen met Iris van Wijnen mocht ze de Prijs van de Provincie Noord-Brabant delen.

Deirdre Angenent nam een sterk revanche op haar – voor mij – teleurstellende optreden in de halve finale. Toen werd “Morrò, ma prima in grazia” (Ballo in Maschera) bijna bedolven onder het geweld van de stem en te veel forte en fortissimo, nu wist zij zo veel verschillende kleuren en nuancen te voorschijn te toveren dat zij zowel met haar Mozart als met “Es gibt ein Reich” (Ariadne auf Naxos) veel indruk op mij maakte.

En mocht er een prijs worden gegeven voor de mooiste/indrukwekkendste “verschijning” dan heeft zij die ruimschoots verdiend. In tijden van de visualisatie van de kunstvorm ‘opera” beslist niet onbelangrijk. Ik kon mij ook niet aan de indruk onttrekken dat zij al het stadium “Opera competitie” voorbij is.

Bijzonder onder de indruk was ik van de Poolse sopraan Marcelina Beucher. Al in de halve finale roerde ze mij tot tranen toe met de zowat volmaakt gezongen ‘Teneste la promessa’ (La Traviata). Wel jammer dat ze zowel toen als in de finale koos voor ‘In Trutina’ (Carmina Burana), een werk dat mij betreft niet in concoursen thuishoort. Maar na de met veel expressie gezongen ‘Ha! Dzieciatko nam umiera’ uit Halka van Moniuszko werd ik even stil. Dat zij, als enige, niet in de prijzen viel, is voor mij dan ook onbegrijpelijk.

Zijn muziek is minstens zo goed!

Marcelina Beucher in ‘Ha! Dzieciątko nam umiera…’ uit Halka van Moniuszko:

Bij de Canadese tenor Andrew Haji ging mijn operahart sneller kloppen. Zijn ‘Una furtiva lagrima’ (L’elisir d’amore) bezorgde mij vochtige ogen: hier stond een echte tenor zoals ze alleen maar vroeger gebouwd werden, bij wijze van spreken dan. Zijn prachtig gevoerde stem met een makkelijke hoogte is buitengewoon fraai en zijn voordracht meer dan voorbeeldig. Met zijn stem alleen wist hij alles te vertellen wat een componist wilde zeggen, bijvoorbeeld in zijn meer dan indrukwekkende uitvoering van ‘Tarquinius’ Ride’ (The Rape of Lucretia) in de halve finale of in het zalvende ‘Ye people’ uit de Elijah van Mendelssohn. Bij hem moest ik denken aan een uitspraak van Aprile Millo: “The opera is all about voices and music.” Een terechte winnaar.

Andrew Haji in ‘Ye people’ uit de Elijah van Mendelssohn:

De oratoriumprijs werd zeer terecht aan de Engelse mezzo Catriona Morison toegekend. Haar stem is mooi rond en warm en zowel haar laagte als haar hoogte wist ze zeer soepel te hanteren. Maar ze was ook de enige die – op één aria van Mozart na, een schitterend uitgevoerd ‘Parto, parto..’ – alleen maar oratorium zong.

Catriona Morison zingt ‘Where Shall I Fly’ uit Hercules van Händel:

De Nederlandse mezzo Francine Vis kreeg de prijs voor het, nu in de orkestversie uitgevoerde, plichtwerk ‘Quale coniugium’ van Willem Jeths.

Of het terecht is laat ik in het midden, maar haar interpretatie was de mijne niet. Veel concurrentie had zij echter niet: de enige andere genomineerde was de Kroatische bariton Krešimir Stražanec.

Hoe anders klonk het lied uitgevoerd door de Amerikaanse countertenor Eric Jurenas (onbegrijpelijk eigenlijk dat hij niet voor de Lied-Duo finalen werd uitgekozen!). En ik moest denken aan de manier hoe de Nederlandse bariton Michael Wilmering het lied met de piano zong en wiens vertolking mij zeer heeft gegrepen: zodra ik mijn ogen dichtdeed zag ik het schilderij van Jeroen Bosch voor mij. Hopelijk krijgt hij ooit de kans om de werkelijk prachtige compositie ook met een orkest te vertolken.

IVC Iris van Wijnen

Kiri te Kanawa en Iris van Wijnen

Niet met alle beslissingen van de jury ben ik het dus eens: zo had ik de jonge (24!) Nederlandse sopraan Iris van Wijnen graag in de finale gehoord. Al tijdens de halve finalen vond ik haar optreden echt bijzonder, maar tijdens de masterclass met Dame Kiri liet zij horen wat een fantastische Mimi in haar schuilt!

Zelf had ik ook nooit de operaprijs aan de Amerikaanse tenor Matthew Newlin toegekend, al vond een deel van het publiek hem werkelijk enig en zeer aansprekend. Voor mij was zijn hoogte te geknepen en zong hij met een soort ‘knödel’ in zijn stem. Maar dat is natuurlijk persoonlijk.

Al met al: het was een fantastische afsluiting van een fantastisch concours. Ook de organisatie was tot in de puntjes verzorgd, er was voldoende informatie beschikbaar en iedereen – en niet alleen de deelnemers – werd zowat in de watten gelegd door de directrice, Annett Andriessen, waarvoor hulde.

 

Meer over IVC: IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015