Franco_Corelli

GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO

Forza poster

La Forza del Destino (De macht van het noodlot) gaat over – hoe raad u het? – de macht van het noodlot. En over de gewroken eer.

Alvaro, Peruaanse prins van een Inca afkomst reist incognito door Spanje om eerherstel van zijn ter dood gebrachte ouders te bewerkstelligen. Onderweg wordt hij verliefd op een dochter uit een welgestelde adellijke familie, de liefde is wederzijds, maar de kans om te kunnen trouwen nihil: zie hier de ultieme liefdesdrama. De geliefden besluiten te vluchten en vanaf hier neemt noodlot het heft in handen en bezorgt ons een onwaarschijnlijke reis door tijd en plaatsen.

Daar er niets gebeurt zonder reden, hier de belangrijkste: dankzij het ietwat warrige, maar o zo mooie drama heeft Verdi ons leven verrijkt met één van de mooiste opera’s ooit, met onvergetelijke aria’s en duetten en dé ouverture. En dan te bedenken dat het voorspel er aanvankelijk niet in zat!

Bij de première in 1862 in Sint Petersburg werd de opera nog vooraf gegaan door een korte prelude. Pas zeven jaar later, toen Verdi de opera nog eens ter hand heeft genomen, verving hij de prelude door de ons overbekende ouverture.

 

Petersburg 1995

 

Forza Gergiev

Van de eerste, Petersburgse versie bestaat een zeer goede uitvoering: de door Valeri Gergiev gedirigeerde en met de sterzangers van het Mariinski Theater bezette opname uit 1995. Deze opname is een absolute must. Niet alleen omdat het om de oorspronkelijke versie gaat, maar ook omdat de uitvoering weergaloos is.

Gergiev dirigeert zeer ferm en de drama is zinderend. Gegam Grigorian is een fenomenale Alvaro, voor mij is hij zonder meer één van de allerbeste vertolkers van die rol.

Galina Gorchakova overtuigt als een verscheurde Leonora en Nikolai Putilin is een prima Carlo. De opname is waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar, maar u kunt het in zijn geheel beluisteren op Spotify.


Richard Tucker

 

Forza Tucker solo

Richard Tucker als Alvaro © Sedge LeBlang/Opera News Archives


De Amerikaanse tenor was één van de beste Alvaro’s in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Als je goed naar zijn opnamen luistert dan weet je meteen waarom: Tucker beschikte over een grote, goed gevoerde en sterk resonerende spinto-tenor, met warme en emotionerende ondertonen. Hij heeft de rol vaak gezongen en daar bestaan een paar opnamen van.

 

.

In 1954 zong hij de rol tegenover Leonora van Maria Callas. Hoe ik ook mijn best niet doe: van haar Leonora word ik niet echt warm. Sterker, zij irriteert mij. Maar toegegeven, haar ‘La Vergine degli Angeli’ klinkt prachtig, iets wat ik voornamelijk op conto van de ongekend ontroerend dirigerende Tulio Serafin schrijf.

Terug naar Tucker: luister even naar ‘Solenne in quest’ora‘, het duet tussen Alvaro en Carlo (schitterende Carlo Tagliabue):

wedden dat je de hele wereld vergeet? (Warner 5646340002)


 

 Forza Gre

Zes jaar later, in 1960 zong Richard Tucker de rol van Alvaro in Buenos Aires. Zijn grote aria ‘La vita è inferno’ klinkt nog indrukwekkender dan bij Serafin. Wie hier niet geroerd door raakt, heeft geen hart. Zo denkt ook het Argentijnse publiek er zeer hoorbaar over en trakteert hem op een enorm applaus.

Zijn Leonora is niemand minder dan onze eigen Gré Brouwenstein. Het is heel erg jammer dat de kwaliteit van de opname veel te wensen overlaat, want wat Brouwenstein hier laat horen is op zijn minst bijzonder.

Aldo Protti is een niet helemaal overtuigende Carlo, maar Mignon Dunn is een meer dan spannende Preziosilla. Fernando Previtali dirigeert zeer behoedzaam (Archipel WLCD 0310)

Forza Price Tucker

We schuiven nog eens vijf jaar vooruit. In 1965 mocht Tucker zijn Alvaro in de studio van RCA opnemen. In die opname klinkt hij iets minder betrokken dan in Buenos Aires, geen wonder, live is immers live. Hij klinkt ook milder, alsof hij heeft besloten in zijn lot te berusten. Wat eigenlijk ook zo was.

Leonora werd onvoorstelbaar prachtig gezongen door Leontyne Price en Robert Merrill (Carlo) geeft een openbare masterclass in het ‘Verdi-zingen’.

Robert Merrill zingt ‘Morir! Tremenda cosa!’

Tel daarbij een speelse en sexy Preziosilla van Shirley Verett en uw avondje ‘Noodlot’ kan niet meer stuk.

Thomas Schippers dirigeert voortreffelijk (ooit RCA, tegenwoordig waarschijnlijk Briljant Classics).


 

(meer…)

Advertenties

Minnie (LA FANCIULLA DEL WEST) van Frazzoni en Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) bij de première van La Fanciulla del West

Minnie uit La Fanciulla del West van Puccini is bepaald geen eendimensionale vrouw. Misschien zijn goede Minnie’s daarom wel zo schaars. Voor haar grootste vertolkers moeten we terug naar het verleden. Naar Frazzoni en Steber bijvoorbeeld.

Net als Salome wordt Minnie door mannen geliefd/begeerd. Ja, zegt u, zij is ook de enige vrouw in de enkel door kerels bewoonde ruwe wereld van goudzoekers. Maar zo simpel ligt het niet. Zij woont helemaal alleen in een afgelegen hut en een paar minuten nadat ze een vreemde man heeft ontmoet, nodigt ze hem bij haar thuis uit. Ze rookt en drinkt whisky. En ze houdt van een spelletje kaarten, desnoods vals.

In de scène voorafgaand aan het pokerspel zegt zij tegen de sheriff: “Wie ben jij, Jack Rance? De eigenaar van een speelhol. En Johnson? Een bandiet. En ik? De eigenares van een bar en een speelhol, ik leef van whisky en goud, van de dans en de faro. We zijn allemaal dezelfden! We zijn allemaal bandieten en bedriegers!”

Vrouwen van Puccini zijn nooit eendimensionaal. Dat staat ook in zijn muziek, maar wie kan nog de bedoelingen achter de noten lezen? Goede Minnie’s zijn tegenwoordig schaars en om de beste tegen te komen, moet men teruggaan naar de jaren vijftig/zestig

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi als Minnie

En nu wil ik het met u niet over Renata Tebaldi hebben, al was zij één van de grootste (zo niet dé grootste!) Minnie’s ooit. Zij had het geluk om over een exclusief contract met een vooraanstaande platenmaatschappij (Decca) te beschikken, iets waar haar collega’s alleen maar van konden dromen.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni als Minnie met Franco Corelli (Johnsosn)

Vandaar ook dat, op een enkele opera-diehard na, weinig mensen ooit hebben gehoord van Gigliola Frazzoni of Eleanor Steber (om er maar twee te noemen). Geloof mij: geen van beide doet voor Tebaldi onder. Let alleen maar op de scala aan emoties die ze tot hun beschikking hebben. Zij huilen, snikken, schreeuwen, brullen, smeken, lijden en hebben lief. Verismo ten top. Je hebt geen libretto nodig om te snappen wat hier aan de hand is.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

En zij zingen, en hoe! Alle noten zijn er. Er wordt niet gesmokkeld. Nou ja, tijdens een live uitvoering wil wel eens iets misgaan, maar dat is live, dat is drama, dat is opera. En laten wij wel zijn: als je poker speelt met als inzet het leven van je geliefde, denk je niet aan belcanto.

Steber

fanciulla-steber

De opname met de Amerikaanse Eleanor Steber werd geregistreerd in 1954 tijdens de Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s sopraan is zeer warm en ondanks de hysterische ondertonen van een bijna volmaakte schoonheid.

Gian Giacomo Guelfi maakt een verpletterende indruk als Rance en de twee samen… nou, vergeet Tosca en Scarpia maar! Ik houd niet van Mario del Monaco, maar Johnson was een rol waarin hij werkelijk groots was. Mitropoulos dirigeert zeer dramatisch met theatrale effecten.

Hieronder zingt Steber met Del Monaco het liefdesduet uit de opera. Het is van de opname uit 1954.

De opname is ook op Spotify te vinden:


Frazzoni

fanciulla-fraz

De registratie met Gigliola Frazzoni werd opgenomen in La Scala, in april 1956 (o.a. Opera d’Oro1318). Frazzoni zingt zeer aangrijpend: het is niet altijd even mooi, maar wat een drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is wellicht de meest aantrekkelijke bandiet uit de geschiedenis en Tito Gobbi als Jack Rance is een luxe. Hij is, wat je noemt een vocale acteur. In zijn voordracht hoor je machtswellust en geilheid, maar ook een soort van sentimenteel liefdesverlangen.

fanciulla-corelli

Franco Corelli als Johnsosn

Hieronder Frazzoni en Corelli in het liefdesduet: