Giuseppe_Verdi

VERDI: SIMON BOCCANEGRA. Enkele opnamen tussen 1957 – 2007

 

Simon standbeeld

Mogelijke voorstelling van Simone (of Guglielmo) Boccanegra aan het Palazzo San Giorgio (Genua). (bron: Wikipedia)

De echte Simone Boccanegra, de allereerste doge van Genua, was in tegenstelling tot zijn broer Egidio helemaal geen zeerover. Het was de Spaanse dichter Antonio Garcìa Gutièrrez  die van de twee personages één had gemaakt, waardoor een extra dimensie aan het verhaal werd toegevoegd.

Simon-Boccanegra1857

Het verhaal zelf is inderdaad zeer complex, maar niet moeilijker om na te vertellen dan bijvoorbeeld Il Trovatore. Toch was de première in 1857 een fiasco, waarna de opera voor meer dan 20 jaar in de la verdween.

In 1880 besloot Verdi het werk volledig te reviseren, waarbij hij geholpen werd door Arrigo Boito. Een gouden greep, die tevens het begin van de vruchtbare samenwerking tussen beide componisten betekende.

Boito bewerkte het libretto grondig, maakte een nieuwe finale voor de eerste acte (de raadsscène), en diepte het karakter van de hoofdpersoon uit. Het mocht niet baten: tot de tweede helft van de twintigste eeuw werd de opera maar mondjesmaat opgevoerd en nog steeds zijn er mensen die het werk onevenwichtig en saai vinden. Hoe onterecht!

Zelf vind ik  het één van de spannendste en mooiste opera’s van Verdi, met een zeer sterk en menselijk verhaal, en de mooiste bas-aria  ooit (‘Il lacerate spirito’).

Giulio Neri zingt ‘Il lacerate spirito’:

Toegegeven: de opera is een soort hybride met een mix aan stijlen, want naast de typische “middenverdiaanse” muziek die af en toe sterk aan die van Trovatore, Ballo in Maschera of Rigoletto doet denken, klinkt er al de voorbode van Otello in door (tweede scène van de eerste acte bijvoorbeeld, wanneer de ontvoering van Amelia wordt bekendgemaakt). Niet erg, want dat maakt het werk juist gevarieerd en verrassend.

Men zegt dat de opera donker is, en dat klopt wel. Zij is ook intriest, met voornamelijk melancholisch en droevig stemmende muziek, en met maar één lichtpuntje: ‘Come in quest’ora bruna’, Amelia’s ode aan de schoonheid van hemel en zee. Maar zelfs daar klinkt de weemoed in door.

Ook het feit dat de vier van de vijf  mannelijke hoofdrollen gezongen worden door zangers met lage stemmen, is uiteraard  zeer bepalend voor de muziekkleuren.

1957

 

Simon Gobbi

De eerste studio opname van Simone Boccanegra  werd in 1957 door EMI (tegenwoordig Warner Classics 2435674835) gemaakt. Onder leiding van Gabriele Santini werd een werkelijk schitterende cast verzameld: Tito Gobbi als Simone, Boris Christoff als Fiesco en Victoria de los Angeles als Amelia. Heel erg mooi.

spotify:album:07hrn8x3yyTKFxofzYSDAr

1973

Simon RCA

In 1973 nam RCA de opera op (RD 70729). Gianandrea Gavazenni dirigeert sloom en weinig opwindend. Jammer eigenlijk, want de bezetting is voortreffelijk. Het is één van de eerste opnamen van Katia Ricciarelli, een zangeres met de lyriek van een nachtegaal. Haar Amelia is zo zuiver, zo maagdelijk – een tienermeisje eigenlijk nog, die haar geheimpje dolgraag iets langer voor zichzelf wil houden. Ook haar liefde voor Adorno is niet echt aards, maar ja, Amelia is in feite al bijna dertig!

Katia Ricciarelli zingt ‘Come in quest’ora bruna’:

Piero Cappuccilli is een schitterende Simon en Ruggero Raimondi een prima Fiesco. Als Adorno is Plácido Domingo iets te dominant en standvastig, al is zijn zingen uiteraard onberispelijk


1977

Simon Abbado

In 1971 dirigeerde Claudio Abbado een magistrale en thans legendarische uitvoering van Boccanegra in La Scala. De regie was in handen van Giorgio Strehler en de prachtige decors werden ontworpen door Ezio Frigerio. In 1976 werd de productie in het ROH in Covent Garden vertoond. Jammer genoeg werd er geen officiële (er zijn wel ‘piraten’ in omloop) video van gemaakt, maar de volledige cast dook wel de studio in, en in 1977 werd de ultieme ‘Simone’ opgenomen (DG 4497522).

Abbado behandelt de score met zoveel liefde en zoveel eerbied als was het het grootste meesterwerk allertijden, en onder zijn handen verandert het ook in een meesterwerk zonder weerga. Wat een spanning, en hoeveel nuances! Het is zo, zo mooi, dat je er werkelijk om kan huilen.

Ook de bezetting is de beste ooit. Piero Cappuccilli (Simon) en Nicolai Ghiaurov (Fiesco) zijn aan elkaar gewaagd. Zowel in hun vijandschap als in de verzoening zijn zij diepmenselijk en altijd overtuigend, en in hun laatste duet aan het eind van de opera smelten hun stemmen samen  in een bijna bovennatuurlijke symbiose:

Daarvoor lieten zij al alle gamma’s aan gevoelens en stemmingen passeren, van smartelijk tot grievend, en van liefhebbend tot hatend. Hoor alleen maar Cappuccilli’s lang aangehouden ‘Maria’ aan het slot van het duet met zijn doodgewaande en teruggevonden dochter (‘Figlia! A tal nome palpito’)

José van Dam is een voortreffelijk vileine Paolo en Mirella Freni en Jose Carreras zijn een ideale liefdespaar. De jonge Carreras had een stem die zowat geschapen lijkt voor de rol van Adorno: lyrisch en een tikje driftig, waardoor Gabriele’s onbezonnenheid wordt onderstreept. Freni is meer dan alleen maar een naïef meisje, ook in haar liefde voor Adorno toont zij zich een vrouw van vlees en bloed.


1961

simon-boccanegra-gobbi-zampieri-gencer-gala-100-508-5

In 1961 werd in Wenen een prima voorstelling van Simon live opgenomen (Gala GL 100.508). Gianandrea Gavazzeni is spannender dan op zijn RCA-studio-opname, maar hij haalt het niet bij Abbado.

Toch is deze opname zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege Amelia van Leyla Gencer. De Turkse sopraan was de evenknie van Callas, had alleen maar veel minder geluk en moest het zonder platencontract te stellen. Tito Gobbi is een voortreffelijke Simone, en ook op de rest van de bezetting valt weinig aan te merken.

Leyla Gencer en Tito Gobbi in ‘Figlia! a tal nome palpito’:

(meer…)

Advertenties

LA FORZA DEL DESTINO bij De Nationale Opera in Amsterdam

La forza del Destino

© Foto Petrovsky&Ramone

Als geen ander wist Verdi wat noodloot was. Kort na elkaar verloor hij zijn beide kinderen en zijn vrouw en aangezien zijn eerste opera’s hem niet het succes brachten waar hij van droomde dacht hij al aan opgeven. Toch verzoende hij zich met zijn lot en ging dapper verder, wat hem geen windeieren heeft gelegd. Of hij iets van zichzelf aan het personage van Alvaro, de held van La forza del destino (De macht van het noodloot) heeft gegeven, dat weten we natuurlijk niet, maar echt uitgesloten is het niet.

La forza_037

© Monika Rittershaus

Het noodlot is voor Alvaro zeer ongenadig; ondanks zijn beste bedoelingen loopt alles in de soep. Per ongeluk doodt hij zijn schoonvader in spe en in een door hem ongewild duel verwondt hij dodelijk de broer van zijn geliefde die, voor hij sterft, nog de kans ziet om zijn zus te vermoorden.

lEonora (Eva-Maria Westbroek) & aLVARO (Roberto Aronica)

Roberto Aronica (Alvaro) en Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Iedereen dood en hoe nu verder? In de eerste versie van de opera liet Verdi zijn held zelfmoord plegen, maar bij nader inzien liet hij hem zich met het (nood)lot verzoenen en het verder in Gods handen leggen. Het noodlot waar niet aan valt te ontsnappen, het kinderlijk naïeve vertrouwen in God en – of misschien voornamelijk – moeder Maria: zie hier de belangrijkste thema’s van de opera.

 

La Forza christof loy

Christoph Loy © De Nationale Opera

Christoph Loy heeft het goed begrepen en trakteerde ons op een onwaarschijnlijk goede, mooie, logische en librettogetrouwe productie. Wanneer zie je nog dat als er zwaarden getrokken moeten worden er ook daadwerkelijk zwaarden worden getrokken, en als er een pistool moet afgaan er ook daadwerkelijk een pistool afgaat? Om maar iets te noemen?

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het helaas niet (meer). Dat alleen maakt het reisje richting Waterlooplein meer dan waard. Maar er is natuurlijk veel meer, want laten we eerlijk zijn: voor de regie ga je niet naar de opera, althans ik niet.

 

La Forza Michele_Mariotti_I4Q5944©Rocco_Casaluci_2015-copia

Michele Mariotti © Rocco Casaluci

Met het orkest en het koor zat het meer dan snor. Maestro Michelle Mariotti ontlokte het Nederlands Philharmonisch Orkest de mooiste en zoetste klanken. Hij liet het orkest fluisteren en waar nodig brullen, het voelde als een openbare masterclass Verdi-dirigeren.

Muti-achtig volgde hij de partituur op de voet en voorzag elke noot van de juiste kleur, maar de glans en schittering en de soms iets extreem geaccentueerde tempi en accenten, die deden mij het meest aan de jonge Abbado denken. Het voelde alsof de beide maestri samen Amsterdam aandeden om het Nederlandse publiek een avondje echte Verdi voor te schotelen. Mamma mia! Dat hoor je niet iedere dag, gelooft u mij maar!

Leonora (Eva-Maria Westbroek)

Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Eva-Maria Westbroek (Leonora) gaf ons alles wat ze had. Of eigenlijk meer, want bij ‘Pace, pace, mio Dio’ aangekomen kwam ze een beetje in ademnood en haar krachten lieten haar in de steek. Desalniettemin: zeer bewonderenswaardig! Haar Leonora was voornamelijk kwetsbaar en o zo makkelijk te verwonden. Dat hoorde je zeer goed aan het einde van de eerste akte: haar ‘La Vergine degli Angeli’ was meer dan ontroerend. Geholpen door de mannen van het Koor van de Nationale Opera liet ze mij de pauze ingaan met tranen in de  ogen.

Alvaro is één van de zwaarste Verdi-rollen en ik betwijfelde het of Roberto Aronica het aan zou kunnen. Ik kende hem alleen van licht lyrische rollen, Nemorino (L’Elisir d’amore) en Rodolfo (La Bohéme) en daarmee vergeleken is Alvaro een ware Mont Everest. Nou, geloof mij, Aronica deed het en hoe! Zijn stem heeft zich enorm ontwikkeld tot een echte spinto-formaat, waarmee hij alle hoeken van de zaal makkelijk bereikte, ook waanneer hij pianissimo zong. Buitengewone prestatie.

Alvaro (Roberto Aronica) & Carlo (Franco Vassallo)

Roberto Aronica (Alvaro) en Franco Vassalo (Carlo) © Monika Rittershaus

 

Zijn grote aria ‘La vita è inferno all’infelice’ gaf hij – geholpen door de prachtige klarinet solo –  de nodige weemoed en klaagtonen mee. En je wist het: deze Alvaro heeft het allemaal al gezien, hij wilt echt  niet meer. Toch hoorde je in zijn interpretatie voldoende heroïek om er zeker van te zijn dat, mocht het nodig zijn hij tot het bittere einde zal vechten.

Wat hij ook deed. Eerst op het slagveld waar hij gewond raakte en daarna, jaren later, in het duel met Carlo, met wie hij eerst vrienden voor het leven werd en met wie hij de vriendschap met een schitterend gezongen duet bezegelde.

Carlos (Franco Vassallo) en Alvaro (Roberto Aronica)

Franco Vassalo (Carlo) en Roberto Aronica (Alvaro) © Monika Rittershaus

Dat je die Carlo niet echt moest vertrouwen, dat had Alvaro best kunnen weten, ook zonder de ware identiteit van de man te kennen. Een gokkende zuipschuit en een vechtersbaas, niet echt materiaal voor de beste vriend zou je zeggen. Franco Vassalo zette die rol uitstekend neer. Hij beschikt over een grote, warme Verdi-bariton waarmee hij mij volledig wist te overtuigen

Preziosilla (Veronica Simeoni), dansers en Koor van de Nationale Opera

Veronica Simeoni (Preziosilla) © Monika Rittershaus

Veronica Simeoni (Preziosilla) viel mij helaas tegen. In plaats van een ronde en kruidige mezzo met een vibrerende laagte hoorde ik een dunne sopraan die haar krachten werkelijk tot het uiterste moest spannen om nog iets van haar ‘Viva la guerra’ te maken. Voor het ‘Rataplan’ heeft de regisseur haar een Turks haremkostuum aangemeten en haar heeft laten dansen, waardoor haar stemgebreken minder opvielen. En het moet gezegd: zij zag er mooi uit en in het dansen deed ze niet onder voor de mannen van het ballet (choreografie Otto Pichler).

 

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Guardiano (Vitalij Kowaljow)

Vitalij Kowaljow (Padre Guardiano) en Eva-Maria Westbroek © Monika Rittershaus

Vitalij Kowaljow zong een warme, meevoelende Padre Guardiano en Allessandro Corbelli wist het publiek te bespelen met zijn semi komische rol van Fra Melitone.

 

La forza_368-1

Alessandro Corbelli (Fra Melitone) © Monika Rittershaus

Alle kleine rollen waren meer dan voorbeeldig bezet en dat mag toch echt een unicum heten. Carlo Bosi zette een voortreffelijke Mastro Trabuco neer, wat een zanger en wat een acteur! Peter Arink was een uitmuntende chirurg en de rol van un alcade lag voortreffelijk in handen (of moet ik zeggen stembanden?) van de – zoals altijd – meer dan de betrouwbare Roger Smeets.

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Curra (Roberta Alexander)

Eva-Maria Westbroek en Roberta Alexander (Curra) © Monika Rittershaus

Toch moesten ze allemaal verbleken bij Roberta Alexander (Curra). Met haar 68 jaar gaf ze een zowat openbare les in een rol zingend acteren en men kan alleen maar betreuren dat haar rol zo klein was. Beste DNO: mogen we mevrouw Alexander nog wat vaker op de Amsterdamse planken meemaken? Alstublieft?

 

La Forza

Peter Arink (un chirurgo) en Roberta Alexander (Curra) bij het slotapplaus © Lieneke Effern

Bij de nazit kwam ik Antonio Pappano tegen, toch niet iemand die de DNO-premières platloopt. Daar was een simpele verklaring voor: de productie gaat richting het Londense ROH, waar hij het zal dirigeren. Het is natuurlijk afwachten of Pappano de opera nog beter zou kunnen laten klinken dan Mariotti in Amsterdam heeft laten horen, maar dat denk ik eerlijk gezegd niet. Maar één ding weet ik zeker: zo’n (mannen)koor, dat krijgen ze daar, in Londen, zeer zeker niet. Zo’n koor vind je gewoon nergens.

Mensen: op naar het Waterlooplein, deze productie mag u niet missen!

Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/opera/2017-2018/voorstelling/la-forza-del-destino

Discografie: GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO

 

 

GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO

Forza poster

La Forza del Destino (De macht van het noodlot) gaat over – hoe raad u het? – de macht van het noodlot. En over de gewroken eer.

Alvaro, Peruaanse prins van een Inca afkomst reist incognito door Spanje om eerherstel van zijn ter dood gebrachte ouders te bewerkstelligen. Onderweg wordt hij verliefd op een dochter uit een welgestelde adellijke familie, de liefde is wederzijds, maar de kans om te kunnen trouwen nihil: zie hier de ultieme liefdesdrama. De geliefden besluiten te vluchten en vanaf hier neemt noodlot het heft in handen en bezorgt ons een onwaarschijnlijke reis door tijd en plaatsen.

Daar er niets gebeurt zonder reden, hier de belangrijkste: dankzij het ietwat warrige, maar o zo mooie drama heeft Verdi ons leven verrijkt met één van de mooiste opera’s ooit, met onvergetelijke aria’s en duetten en dé ouverture. En dan te bedenken dat het voorspel er aanvankelijk niet in zat!

Bij de première in 1862 in Sint Petersburg werd de opera nog vooraf gegaan door een korte prelude. Pas zeven jaar later, toen Verdi de opera nog eens ter hand heeft genomen, verving hij de prelude door de ons overbekende ouverture.

 

Petersburg 1995

 

Forza Gergiev

Van de eerste, Petersburgse versie bestaat een zeer goede uitvoering: de door Valeri Gergiev gedirigeerde en met de sterzangers van het Mariinski Theater bezette opname uit 1995. Deze opname is een absolute must. Niet alleen omdat het om de oorspronkelijke versie gaat, maar ook omdat de uitvoering weergaloos is.

Gergiev dirigeert zeer ferm en de drama is zinderend. Gegam Grigorian is een fenomenale Alvaro, voor mij is hij zonder meer één van de allerbeste vertolkers van die rol.

Galina Gorchakova overtuigt als een verscheurde Leonora en Nikolai Putilin is een prima Carlo. De opname is waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar, maar u kunt het in zijn geheel beluisteren op Spotify.


Richard Tucker

 

Forza Tucker solo

Richard Tucker als Alvaro © Sedge LeBlang/Opera News Archives


De Amerikaanse tenor was één van de beste Alvaro’s in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Als je goed naar zijn opnamen luistert dan weet je meteen waarom: Tucker beschikte over een grote, goed gevoerde en sterk resonerende spinto-tenor, met warme en emotionerende ondertonen. Hij heeft de rol vaak gezongen en daar bestaan een paar opnamen van.

 

.

In 1954 zong hij de rol tegenover Leonora van Maria Callas. Hoe ik ook mijn best niet doe: van haar Leonora word ik niet echt warm. Sterker, zij irriteert mij. Maar toegegeven, haar ‘La Vergine degli Angeli’ klinkt prachtig, iets wat ik voornamelijk op conto van de ongekend ontroerend dirigerende Tulio Serafin schrijf.

Terug naar Tucker: luister even naar ‘Solenne in quest’ora‘, het duet tussen Alvaro en Carlo (schitterende Carlo Tagliabue):

wedden dat je de hele wereld vergeet? (Warner 5646340002)


 

 Forza Gre

Zes jaar later, in 1960 zong Richard Tucker de rol van Alvaro in Buenos Aires. Zijn grote aria ‘La vita è inferno’ klinkt nog indrukwekkender dan bij Serafin. Wie hier niet geroerd door raakt, heeft geen hart. Zo denkt ook het Argentijnse publiek er zeer hoorbaar over en trakteert hem op een enorm applaus.

Zijn Leonora is niemand minder dan onze eigen Gré Brouwenstein. Het is heel erg jammer dat de kwaliteit van de opname veel te wensen overlaat, want wat Brouwenstein hier laat horen is op zijn minst bijzonder.

Aldo Protti is een niet helemaal overtuigende Carlo, maar Mignon Dunn is een meer dan spannende Preziosilla. Fernando Previtali dirigeert zeer behoedzaam (Archipel WLCD 0310)

Forza Price Tucker

We schuiven nog eens vijf jaar vooruit. In 1965 mocht Tucker zijn Alvaro in de studio van RCA opnemen. In die opname klinkt hij iets minder betrokken dan in Buenos Aires, geen wonder, live is immers live. Hij klinkt ook milder, alsof hij heeft besloten in zijn lot te berusten. Wat eigenlijk ook zo was.

Leonora werd onvoorstelbaar prachtig gezongen door Leontyne Price en Robert Merrill (Carlo) geeft een openbare masterclass in het ‘Verdi-zingen’.

Robert Merrill zingt ‘Morir! Tremenda cosa!’

Tel daarbij een speelse en sexy Preziosilla van Shirley Verett en uw avondje ‘Noodlot’ kan niet meer stuk.

Thomas Schippers dirigeert voortreffelijk (ooit RCA, tegenwoordig waarschijnlijk Briljant Classics).


 

(meer…)

GIUSEPPE VERDI: Macbeth. Discografie

Macbeth cover

Cover van de eerste uitgave van de opera

Alles is relatief. Iets wat ooit een groot succes was, is niet verzekerd van een eeuwig en roemrijk leven. En omgekeerd. Soms gaat het zelfs heen en weer, van succes naar obscuriteit en weer terug. Dat leert ons de uitvoeringspraktijk van Macbeth wel.

De première van Macbeth in 1847 was zeer succesvol en jarenlang beschouwde Giuseppe Verdi het werk als één van zijn beste opera’s. Toen hij echter in 1865 de partituur weer eens inkeek om een paar voorstellingen in Parijs voor te bereiden, was hij er minder gelukkig mee. Een geheel herziene versie was het resultaat. Het succes bleef echter uit en pas halverwege de vorige eeuw begon een voorzichtige ‘Macbeth-revival’. In die tweede, ‘verbeterde’ versie.

Macbeth Oera Rara

Eind jaren zeventig besloot de BBC om een paar Verdi-opera’s in de oorspronkelijke versie op te voeren en Macbeth was er één van. Dankzij Opera Rara, een firma die zich sterk maakt voor vergeten opera’s (dus waarom ook niet voor vergeten versies van bekende opera’s?), is de opname op de markt gekomen.

Het is fascinerend om al de verschillen zelf te kunnen horen. Want het zijn er behoorlijk wat, voornamelijk in de laatste twee aktes. De slaapwandelscène is hetzelfde gebleven, maar het openingskoor in de derde akte (hier bijna gelijk aan ‘Va pensiero’) en het slot zijn totaal anders. En ‘La luce langue’, de magnifieke aria van Lady Macbeth, heet hier ‘Trionfai! Securi alfine’ en klinkt heel wat minder dramatisch, met veel meer coloraturen.

De uitvoering met onder anderen Peter Glossop, Rita Hunter, John Tomlinson en Kenneth Collins is uitstekend en het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Matheson speelt zeer bezield (Opera Rara ORCV301).

Hieronder ‘Trionfai! Securi alfine’ door Rita Hunter:

 

DVD’s

Glyndebourne

Macbteh Glyndebourne

In Engeland werd Macbeth pas in 1938 voor het eerst opgevoerd, in Glyndebourne. Een paar jaar na de oorlog keerde de opera er terug en in 1972 werd hij voor de tv opgenomen en daarna op video (inmiddels dvd) uitgebracht. Het is, denk ik, één van de opnamen die in elke verzameling thuishoort. Toegegeven, het koor is een beetje knudde en de aankleding is echt ‘jaren zeventig’, maar wat een intense vertolkingen!

Josephine Barstowe is zonder meer één van de beste Lady’s die ik ken en Kostas Paskalis is een Macbeth om te zoenen (nou ja, zoenen!). Ook Banquo van James Morris is absolute topklasse (Arthouse Musik 102316).

Hieronder een korte geschiedenis van de opvoeringen van Macbeth in Glyndebourne:

“315” src=”https://www.youtube.com/embed/gMmYNcs5Too&#8221; frameborder=”0″ allowfullscreen></iframe>

Zürich

Macbeth Hapson

De in september 2001 in Zürich opgenomen productie van David Pountney (Arthouse Musik 101563) is allesbehalve traditioneel en is gelardeerd met symboliek, die balanceert op de grens van lachwekkendheid. De heksen lopen als een rode draad door de opera heen, letterlijk en figuurlijk.

Toch is de slaapwandelscène van Lady Macbeth bijzonder spannend en indrukwekkend, voornamelijk dankzij de formidabele Paoletta Marrocu. De stem van Thomas Hampson is eigenlijk te lyrisch en te gecultiveerd voor Macbeth, maar hij is kunstenaar genoeg om er iets van te maken. Als Macduff horen we verder de vergane glorie van Luis Lima.

Hieronder de slaapwandelscène met Paoletta Marrocu:

Parma

 

Macbeth Parma

Dat het niet helemaal is geworden wat het eigenlijk had kunnen zijn, ligt aan een aantal factoren. Liliana Cavalli is een fantastische filmregisseur en dat is in haar aanpak goed te zien. Haar concept zit vol goede ideeën. Maar die worden helaas niet helemaal uitgewerkt.

Cavalli bedacht een theater in het theater: het publiek (het koor plus figuranten) bezoekt een openluchtvoorstelling van Macbeth. De heksen worden verbeeld door de wasvrouwen die ook zo’n beetje de rol van het ‘Griekse koor’ op zich nemen en het verloop van het verhaal vertellen. De opkomst van de Lady met een dwerg werkt een beetje op de lachspieren, wat beslist niet de bedoeling was, denk ik.

Laat negentiende-eeuwse kleding voor de toeschouwers staat tegenover de Shakespeariaanse look van de hoofdrolspelers in het toneelstuk dat opgevoerd wordt. Zeg maar: een mix van regietheater met ouderwetse conventies.

Sylvia Valeyre ziet eruit als de Lady en zo zingt zij ook: aantrekkelijk, sexy en gevaarlijk. Haar stem is misschien niet de mooiste en soms doen haar noten pijn in je oren, maar haar slaapwandelscène is meer dan indrukwekkend en haar vertolking van de rol behoort tot de beste, zeker op beeld.

Leo Nucci (65 tijdens de opnamen) is, althans hier, niet de grootste acteur onder de zangers, maar zijn stem mag er zijn: nog steeds robuust en autoritair. Bruno Bartoletti dirigeert verder uitstekend, wat het al met al absoluut het bekijken waard maakt!

Hieronder de trailer van de productie (C Major 722104):

New York

Macbeth-aria-Netrebko

Eén van de best bezochte ‘Live in HD’-voorstellingen van de Metropolitan Opera vorig jaar was ongetwijfeld de in oktober 2014 rechtstreeks uitgezonden Macbeth met Anna Netrebko.

Anna Netrebko sings Lady Macbeth’s aria from Act I of Verdi’s “Macbeth.” Production: Adrian Noble. Conductor: Fabio Luisi. 2014–15 season.

Het was niet de eerste keer dat zij de rol van Lady zong, dat deed zij al in juli dat jaar in Berlijn. Ze deed het in juli dat jaar al in Berlijn en zong daarvoor vijf aria’s uit de opera op haar cd met Verdi-aria’s (DG 4791052). Ik vond haar in New York zeer spectaculair in de rol, maar ook de hele productie kon mij meer dan bekoren. Zeer intelligent en logisch en bij vlagen heel erg mooi en spannend.

untitled

De productie zelf (regie: Adrian Noble) was niet nieuw, het is al eerder in de Met geweest en werd in 2008 op DVD gezet (Warner 206304920). De cast was toen, op de fenomenale Željko Lučič na, anders.

Maria Guleghina gold in de late jaren negentig als één van de grootste vertolkers van het dramatische Verdi-repertoire, maar zelf was ik nooit zo van haar onder de indruk. Zo ook hier: ze zingt zonder meer goed, maar laat ik het zo zeggen: waar Netrebko een zeer tot de zinnen sprekende, sexy bitch was, is Guleghina gewoon een bitch.

John Relya is een jonge Banquo met een diepe bas. Ook over Dimitri Pittas (Macduff) ben ik zeer te spreken en James Levine dirigeert niet minder dan goddelijk.

Hieronder de finale van de eerste akte:

(meer…)

Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI

WAGNER

Kaufmann Wagner

Een tenor die de Wessendonck-Lieder van Wagner zingt? Gebruikelijk is het niet. Maar ook niet zo raar; René Kollo ging Jonas Kaufmann al voor. Nou ken ik Kollo’s opname niet, maar ik kan mij niet voorstellen dat het mooier zou kunnen klinken dan bij Kaufmann. Mooier kan gewoon niet!

Ook samenstelling van de cd is bijzonder. Kaufmann heeft een zestal aria’s uitgezocht (lees een zeer interessant interview in het tekstboekje), die gaan van Rienzi tot Siegfried, opera’s die Kaufmann (vooralsnog?) niet heeft gezongen. Er is ook nog één rariteit op dit recital: de oorspronkelijke versie van ‘In fernen Land’ uit Lohengrin

Dat de cd zo ontzettend prachtig is geworden, ligt in de eerste plaats natuurlijk aan Kaufmann. Aan zijn briljante voordracht, zijn taalbegrip en zijn acteren met zijn niet minder dan geweldige stem. Maar laten we de dirigent, Donald Runnicles, en de spelers van het Deutsche Oper-orkest niet vergeten!

Hieronder een mooie trailer van de opname, waarin Kaufmann ook veel over zijn nieuwe cd vertelt:

Aria’s uit Die Walküre, Siegfried, Rienzi, Tannhäuser; Die Meistersinger von Nürnberg en Lohengrin; Wessendonck-Lieder
Jonas Kaufmann
Orchester der Deutschen Oper Berlin olv Donald Runnicles
Decca 4785189

VERDI

Kaufmann Verdi

Jonas Kaufmann is hot, heel erg hot. ‘Der begehrste Tenor der Welt’ heeft dan ook alles mee: een stem uit duizenden, charisma, intelligentie, muzikaliteit, buitengewone acteerkwaliteiten en, eerlijk is eerlijk, hij heeft de ‘looks’. Met veel verschillende rollen op zijn repertoire, van Massenet tot Wagner, is hij ook zeer veelzijdig.

Maar kan hij dan ook alles zingen? Zijn eerste recital met uitsluitend Verdi aria’s, waarvoor hij zijn vertrouwde Decca voor Sony heeft ingeruild laat mij in twijfel achter.

Duca (Rigoletto) en Macduff (Macbeth) heeft hij al ver achter zich gelaten en aan Otello is hij nog duidelijk niet aan toe. Niet dat het hem aan kracht ontbreekt, het is meer dat hij nog te ver van de rol afstaat. Ook van zijn Radames (Aida) ben ik niet kapot, al vind ik zijn diminuendo aan het eind van ‘Celeste Aida’ heel erg mooi.

Daarentegen is zijn Don Carlo van een ongekende schoonheid en zijn Alvaro (La Forza del Destino) smaakt naar meer. Ook Manrico (Il Trovatore) ligt hem goed al klinkt zijn hoge C in ‘Di quella Pira’ een beetje geknepen.

Maar het meest weet hij mij in ‘Destatevi, o pietre’ (I Masnadieri) te overtuigen.

De dirigent legt een vreemde voorkeur voor de tempi neer: eerst hollen en dan radicaal remmen…


Aria’s uit diverse opera’s van Giuseppe Verdi
Jonas Kaufmann
Orchestra dell’Opera di Parma olv Pier Giorgio Morandi
Sony 88765492042

Meer Jonas Kaufmann:

JONAS KAUFMANN: verismo

JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

EVA-MARIA WESTBROEK als Sieglinde.

 

RIGOLETTO van Damiano Michieletto. Amsterdam 2017

igoletto

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Met de nieuwe productie van Rigoletto in de regie van  Damiano Michieletto belandden we  in een gesloten afdeling van een ‘sanatorium’. Een zwaktebod, want als je een verhaal zich laat afspelen in het hoofd van een psychiatrische patiënt kun je je alles permitteren. Het hoeft niet waargebeurd te zijn, het zit immers ‘in zijn hoofd’. Niet dat ik het idee niet snapte. Zodra je het concept doorhebt kun je een min of meer ‘logische’ verklaring vinden voor alle handelingen. Maar dan wel volgens de logica verwarde mensen eigen, niet die van het libretto.

Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi (Rigoletto)

Er waren geen rolstoelen en geen wasmachines, wel videoprojecties en de laatste zeer populaire poppen. En – heren en dames lichtontwerpers: wilt er alstublieft subiet mee stoppen? – ongenadig fel licht die precies in de ogen van de toeschouwers scheen. Je zou maar oogproblemen hebben!

koor van de Nationale Opera

koor van de Nationale Opera

O ja, nog iets, meneer de regisseur. Het is niet echt aannemelijk dat een jong meisje dat nog nooit eerder in haar leven – op haar vader na – een man heeft gezien, zich voor hem al na een paar minuten zelf gaat uitkleden. Het is gewoon een puberale mannenfantasie.

Rigoletto achter de schermen:

Doordat Michieletto het verhaal zich laat spelen in een kille en koude omgeving van een gesloten inrichting voelt de voorstelling net zo koud en kil aan, en de ontroering moet je ouderwets halen uit de kelen van de zangers. En daar was gelukkig helemaal niets mis mee.

Luca Salsi (Rigoletto)

‘Cortiggiani, vil razza dannata’ : Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi deed werkelijk alles om de rol van Rigoletto naar de wens van de regisseur te kneden. Als er iemand is die een pleidooi voor het concept voortreffelijk wist uit te dragen dan was hij het wel. Zijn Rigoletto was geen liefhebbende vader, eerder een onaangename vent die zijn dochter dwangmatig als zijn bezit beschouwt en haar van haar vrijheid berooft. Waardoor hij de feitelijke aanstichter van de drama wordt.

_23m6179

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile) & Luca Salsi (Rigoletto)

Dat laatste klopt aardig wel met de bedoelingen van Verdi, denk ik, maar Rigoletto’s liefde voor Gilda is buiten kijf. Het staat gewoon in de noten die de componist heeft neergepend. Salsi is niet alleen een begenadigd acteur, maar ook een fantastische zanger. Zijn warme bariton klonk in het begin nogal droog, maar het valt niet te ontkennen dat hij gezegend is met een onmiskenbaar belcantesk timbre.

 

Lisette Oropesa (Gilda)

Lisette Oropesa (Gilda)

Ik houd niet van ‘Caro nome’. Het is een heerlijke showstopper waar op zich niets mis mee is, maar het wordt te veel en te vaak gezongen. Voornamelijk op concoursen en recitals waar een sopraan zich aan een jury en/of het publiek wil laten presenteren wat tot een grandioze verzadiging heeft geleid. Maar nu zou ik er niets op tegen hebben gehad dat het nummer gebisseerd zou worden.

 

Lisette Oropesa (Gilda) &amp; Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda) & Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

In de vertolking van Lisetta Oropese klonk de aria zoals ik hem niet eerder had gehord: niet alleen virtuoos maar ook (of misschien voornamelijk?) immens ontroerend. Hier stond een echte Gilda die Verdi voor de ogen moet hebben gestaan: jong, naïef, dromerig en hopeloos verliefd. Het zou me verbazen als Oropesa niet dé Gilda van onze tijd zou worden: wat zij gisteren in Amsterdam liet horen maakt haar optreden nu al legendarisch.

 

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

‘La donna e mobile’ is eigenlijk geen echte aria maar een simpel liedje. Een liedje zoals ze vroeger in Italië te klinken werden gebracht door de kelen van jonge verleiders en daarna opgepikt werden door draaiorgels in Amsterdam. Dat is althans wat Carlo Rizzi, de dirigent van de Amsterdamse Rigoletto beweerde. Daar ben ik het met hem eens. Van die ‘hit-potentie’ was Verdi zich immers ook zelf van bewust: niet voor niets weigerde hij om het nummer vóór de première te repeteren, dit om te voorkomen dat het voortijdig uitlekte.

 

_23m6565

‘Ella mi fu rapita’: Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Roberto Accurso (Marullo), Koor van de Nationale Opera

Saimir Pirgu (Duca) zong hem voortreffelijk. Quasi nonchalant gooide hij de aria de lucht in met een ontspannen en een open klank, wat hem terecht een open doekje opleverde. Pirgu’s stem is licht en wendbaar en zijn timbre fraai en zeer aangenaam om naar te luisteren. Waar het hem helaas aan ontbreekt is een zekere mate van ‘volksheid’, of plat gezegd: een beetje vulgariteit. Zoiets als bij di Stefano of Pavarotti, waardoor hun Duca veel beter en echter uit de verf kwam.

 

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Sparafucile werd uitstekend neergezet door de Poolse bas Rafał Siwek. Ik betreurde alleen dat de rol zo weinig noten kende, want ik gunde die stem (en mezelf) wat meer luisterplezier. Ook als acteur wist Siwek mij helemaal te overtuigen, zijn portrettering was een echte schurk waardig.

 

_23m6693

‘Bella figlia dell’amore’: Luca Salsi (Rigoletto), Annalisa Stroppa (Maddalena) , Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Lisette Oropesa (Gilda)

Met Annalisa Stroppa (Maddalena) had ik een beetje moeite. Haar stem klonk onaangenaam hard, maar ik denk dat het op rekening van de regisseur moet worden geschreven. Want, zeg maar zelf, hoe ontspannen kun je zingen als een man je slipje naar beneden trekt en zijn kop tussen je benen wringt?

Carlo Cigni (Monterone) miste het effect dat een echt diepe en donkere bas op het publiek kan hebben, waartoe zijn ambtenaar-voorkomen niet weinig aan heeft bijgedragen.

Roberto Accurso was een uitstekende Marullo en Cornelia Oncioiu een dito Giovanna.

In de kleine rol van La Contessa di Ceprano heeft Esther Kuiper een meer dan goede indruk op mij gemaakt, maar waarom moest zij stomdronken zijn? En waarom moest zij zo hard lachen? Ik heb het niet zo op met toegevoegde geluiden en die lach, die staat echt niet in de partituur.

 

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

De mannen van het Nationale Operakoor zongen en acteerden zoals altijd: formidabel. Wat boffen we toch in Amsterdam!

Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Carlo Rizzi speelde zeer liefdevol. Rizzi ondersteunde de zangers in hun moeilijke aria’s, hield het orkest waar nodig klein en zacht en gunde de zangers de nodige rust. Af en toe vond ik zijn tempi een beetje te snel of juist te langzaam, maar daar kan ik mee leven: de Verdiaanse klank was duidelijk aanwezig en dat is tenslotte het belangrijkste

Trailer van de productie:

Alle fotomateriaal: © BAUS

 ‘Rigoletto’ discografie:  RIGOLETTO: discografie

Giuseppe Verdi
Rigoletto
Saimir Pirgu, Luca Salsi, Lisette Oropesa, Rafał Siwek, Annalisa Stroppa, Cornelia Oncioiu, Carlo Cigni, Roberto Accurso, Airam Hernández, Tomeu Bibiloni, Esther Kuiper, Deborah, Saffery, Peter Arink
Koor van De Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu)
Nederlands Philharmonisch Orkest olv Carlo Rizzi

Bezocht 9 mei 2017 in het Muziektheater ini Amsterdam

RIGOLETTO: discografie

Rigoletto,_Vocal_score_illustration_by_Roberto_Focosi_-_Restoration

‘Bella Figlia dell’Amore’ scène, afgebeeld door Roberto Fossi in één van de vroegste edities van de score

“Dit is mijn beste opera”, zei Giuseppe Verdi na de première. En voegde er aan toe dat hij “waarschijnlijk nooit nog zo iets moois zou kunnen schrijven”. Dat het met het ‘nooit’ wel meeviel, dat weten we nu wel, maar toen moest er toch echt een soort elektrische schok door het publiek zijn gegaan. Zelfs nu, meer dan 170 jaar na de première blijft Rigoletto de opera-hitlijsten ever aan te voeren. Ik vraag mij dan ook oprecht af of er nog operaliefhebbers bestaan die niet minstens één opname van de ‘Verdi-cracker’ op de plank hebben staan.

rigoletto-set-designs-for-the-first-production-by-giuseppe-and-pietro-bertoja-1851

Ontwerp van Giuseppe Bertoja voor de wereldpremiere van Rigoleto (tweede scène van de eerste akte)

 

CD’S

Ettore Bastianini

Rigoletto Scotto Kraus

Mijn grootste favoriet aller tijden is een Ricordi opname uit 1960 (tegenwoordig Sony 74321 68779 2), met een absoluut niet te evenaren Ettore Bastianini in de hoofdrol. Zijn Rigoletto is zo warm en menselijk, en zo vol opgekropte frustraties, dat zijn roep om “vendetta” niet anders dan logisch is.

Renata Scotto zingt een meisjesachtig naïeve Gilda, die door de liefde voor de verkeerde man omgetoverd wordt in een volwassen vrouw. Als geen ander snapt ze, dat het hele gedoe met wraak nergens toe kan leiden en offert zichzelf op, om al dat bloedvergieten en haat te stoppen.

Alfredo Kraus is een Duca uit duizenden: elegant en afstandelijk, hoffelijk en koud als een kikker. Niet zozeer gemeen, maar totaal ongeïnteresseerd en daardoor des te gevaarlijker.

Een sonore Yvo Vinco (Sparafucile) en lekker ordinair verleidelijke Fiorenza Cossotto (Maddalena) zijn ook niet te versmaden, en het geheel wordt zeer geïnspireerd gedirigeerd door Gianandrea Gavazzeni. Jammer genoeg is het geluid niet al te best, maar een echte liefhebber neemt het voor lief.

Bastianini en Scotto in de finale:

Piero Cappuccilli

Rigoletto Giulini

Mijn andere grote favoriet is de in 1980 opgenomen uitvoering onder Carlo Maria Giulini (DG 457 7532). Ileana Cotrubas is de vleesgeworden Gilda. Ze is niet echt een stemacrobaat à la Gruberova, geen kwinkelerende ‘kanarie’ als Lina Palliughi, beslist minder dramatisch dan Callas (terecht, een Gilda is geen Leonora) en wellicht niet zo briljant als Sutherland, maar wat een inlevingsvermogen! Wat een inzet! Wat een tekstbegrip! Haar Gilda, in tegenstelling tot die van Scotto, wordt nooit volwassen, en haar offer is tienermeisjes eigen: onzinnig en zinloos en zo des te ontroerender.

De Duca wordt gezongen door Plácido Domingo, niet echt mijn favoriet voor die rol, al valt er op zijn zang helemaal niets aan te merken. Piero Cappuccilli is een werkelijk fenomenale Rigoletto, zo worden ze niet meer gemaakt.

Maar we moeten Giulini niet vergeten, want zo liefdevol zoals hij met de partituur omgaat… Nee.. mooier kan niet.


Tito Gobbi

.

De opname met Maria Callas uit 1955 (Warner Classics 0825646340958) onder leiding van Tulio Serafin klinkt behoorlijk dof. Giuseppe Di Stefano is een zowat perfecte Duca: een verleidelijke macho, vriendelijk en totaal onbetrouwbaar. Dat zijn hoge noten in ‘Questa o Quella’ er wat uitgeknepen uitkomen, ach… het zij hem vergeven.

Tito Gobbi is gewoon onnavolgbaar. Waar vind je nog een bariton met zoveel uitdrukkingen tot zijn beschikking? Dit is geen zingen meer dit is een les in met je stem acteren! Waar u de opname ook voor zou moeten hebben is Nicola Zaccaria als Sparafucile. Onvergetelijk.

En Callas? Tja…. te volwassen, te dramatisch, te aanwezig.

Gobbi en Callas zingen ‘Si, vendetta! Tremenda vendetta’:

Sherrill Milnes

Rigoletto Pavarotti

Joan Sutherland is een ander verhaal. Licht van stem, sprankelend en onbeschrijfelijk virtuoos maar een onnozele teenager? Nee.

Luciano Pavarotti is denk ik één van de beste en de meest ideale Duca’s uit de geschiedenis. Er zit iets aantrekkelijk vulgairs in zijn stem wat hem seksueel begeerlijk maakt waardoor zijn ettelijke veroveringen makkelijk zijn te verklaren.

Sherrill Milnes is een ontroerende nar, die maar nergens een echte nar wil worden: hoe goed hij zijn best ook niet doet, hij blijft een liefhebbende vader.


Matteo Manuguerra

Rigoletto Deut

Tegenwoordig kent bijna niemand hem meer, maar in de jaren zeventig gold de in Tunesië geboren Manuguerra als één van de grootste vertolkers van zowel het belcanto als het verisme. En Verdi, uiteraard, want zijn mooie, warme, soepel gevoerde stem stelde hem in staat om makkelijk van genres te wisselen.

Maar goed, deze piratenopname (het is ook als cd te koop) beluistert u natuurlijk voornamelijk vanwege Cristina Deutekom. Luister even hoe zij in het kwartet ‘Bella figlia dell’amore’ met een adembenemend portamento naar de hoge D gaat vanuit het borstregister. Dat doet niemand haar na. Daarvoor neemt u de schreeuwerige en ondermaatse Duca van Giuliano Ciannella op de koop toe. Het geluid is abominabel slecht, maar ja: je bent een fan of niet?

(meer…)