Nikolaï Schukoff

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

 

Puccini Zemlinsky Florence Dante

Domenico di Michelino (1417–1491) Dante Illuminating Florence with his Poem. Museo dell’Opera del Duomo, Florence

Weet u wat het verband is tussen Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky en Gianni Schicchi van Puccini? Nee? Ik ook niet.

Toegegeven: beide eenakters zijn kort, nog geen uur muziek en beiden spelen zich af in Florence. Maar verder? Zodoende heeft de regisseur – of de (m/v/o) wanhopige bedenker van niet bestaande verbanden – een overkoepelend thema bedacht: geld.

Geld? Really? In Gianni Schicchi is de geldgeilheid inderdaad prominent aanwezig maar de opera neemt veel meer zaken op de korrel en verstopt ze onder een vernislaag van de ‘theater van de lach’. Alle personages (ja, ook het jonge koppel!) zijn corrupt en allemaal zijn ze uit op hun eigen gewin, waarbij geen middel – inclusief chantage en dreigen met zelfmoord – wordt geschuwd.

Daarentegen speelt geld amper een rol in de Florentinische Tragödie of het slaat op het feit dat één van de drie hoofdpersonen een koopman is. Weliswaar biedt hij zijn handelswaar te koop aan, maar niet heus: het ‘verkopen’ maakt namelijk deel uit van zijn psychologische kat en muis spelletje. Een spel dat naarmate de actie vordert steeds grimmiger wordt en uitgroeit tot zulke thrillerachtige dimensies dat het niet anders dan in een moord kan eindigen.

Puccini Zemlinski 91._1mb5786

Ausrine Stundyte (Bianca), John Lundgren (Simone) en  Nikolai Schukoff (Guido) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nee, meneer (m/v/o) de bedenker van de ‘overkoepelende thema’: Eine Florentinische Tragödie gaat over de aantrekkingskracht der seksen, overspel en macht van de sterkste die niet noodzakelijk de rijkste is. De (on)aantrekkelijkheid van en de obsessie met het menselijke lichaam is namelijk hét thema in (bijna) alle werken van Zemlinsky.

 

Gianni Schicchi

THE END: Massimo Cavaletti (Schicchi) en de personages van beide opera’s © MATTHIAS BAUS

Vergeet het thema dus, vergeet ook het met de haren er bij gesleepte einde van de voorstelling die de twee opera’s krampachtig aan elkaar moet koppelen. Vergeet ook de gouden ketting, het is leuk bedacht maar niet nodig, bovendien in het Zemlinsky-deel lichtelijk storend: in het libretto staat dat Simone de minnaar van zijn vrouw met zijn blote handen wurgt, dé clou van het verhaal.

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

Verder heb ik geen klachten. De jonge Duitse regisseur Jan Philipp Gloger hield zich netjes aan het libretto en de muziek, op zich al een prestatie! Goed, het draaiende plateau voegde niet echt iets toe maar storend was het ook niet. Het opende zelfs nieuwe perspectieven, want als toeschouwer kon je zo de hele handeling goed volgen, ongeacht de plaats waar je zat.

Ik had wel medelijden met de zangers, want nu moesten ze zich voornamelijk op hun evenwicht concentreren, wat ze in hun bewegingen kón belemmeren. Ik schrijf nadrukkelijk: kon, want daar merkte je niets van. Hun acteren was onberispelijk: ze vrijden, ze duelleerden en daagden elkaar uit en dat alles voortreffelijk zingend. Chapeau!

Eine Florentinische Tragödie

John Lundgren (Simone) en Ausrine Stundyte (Bianca)  © MATTHIAS BAUS

John Lundgren (Simone) imponeerde met zijn strak gevoerde bariton, met deze man viel niet te spotten! Dat hoorde je meteen bij zijn opkomst al, zijn ingehouden woede was voor ons, de toeschouwers van meet af aan voelbaar. Iets wat de minnaars moest zijn ontgaan waardoor ze niet op hun hoede waren.

Bianca werd onvoorstelbaar goed gestalte gegeven door de Litouwse Ausrine Stundyte. De sopraan is een geboren actrice. Haar stem is niet alleen maar mooi maar ook – misschien voornamelijk – zeer expressief en uitdrukkingsvol. Wat een zangeres!

 

EFT

Nikolai Schukoff (Guido), John Lundgren (Simone en Ausrine Stundyte (Bianca) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nikolai Schukoff was een voortreffelijke Guido. Goed getypcast, zowel wat zijn uiterlijk als zijn stem betreft. In zijn zingen kon je zowel de uiterlijke schoonheid als de verwijfde zwakte van de dommige verwendheid bespeuren.

Het orkest mocht van mij iets zachter. Het is niet de eerste keer dat ik Marc Albrecht op te veel ‘wagnerisme’ betrap. Het is zonder meer schitterend wat hij doet, maar Zemlinsky’s idioom is gelijk een ‘ferne klank’: vol en krachtig maar voornamelijk zwoel en erotisch.

In ‘Behind the scenes’ het toneel dat onophoudelijk beweegt::

 

 

GIANNI SCHICCHI

Gianni Schicchi

© BAUS

Bij Puccini viel het orkestrale geweld gelukkig mee, al was de klank niet echt Pucciniaans te noemen. Maar – in tegenstelling tot Zemlinsky – ligt de nadruk bij Puccini veel meer bij de stemmen en hier werden ze niet overstemd.

 

GS

Massimo Cavaletti (Schicchi) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Massimo Cavaletti maakte zijn debuut als Gianni Schicchi. Voor mij oogde hij een beetje te jong, maar als je bedenkt dat de ‘echte’ Schicchi ook nog maar veertig was… Cavaletti moet in de rol nog een beetje groeien, maar hij zong en acteerde meer dan voortreffelijk. Zijn mooie, warme bariton associeer je dan meer met jonge minnaars, zijn portrettering was ontegenzeggelijk kostelijk.

Mariangela Sicilia was een heerlijk jonge Lauretta. Haar zilverkleurige sopraan klonk niet alleen zeer aantrekkelijk maar ook aanstekelijk. Haar show-stopper ‘O mio babbino caro’ was precies wat het moest zijn: een met de juiste knipoog gezongen show-stopper.

Alessandro Scotto di Luzio was een mooie Rinuccio en Enkelajda Shkosa een karaktervolle Zita. Alle kleine rollen waren zonder meer goed bezet maar waren er echt geen Nederlanders voor te vinden?

Puccini Zemlinski 10.gsdsc_0268press

Copyright (c) DNO 2017

Speciale vermelding verdient Peter Arink als de zeer grappig neergezette Pinellino.

Bezocht op 11 november 2017 in het Muziektheater in Amsterdam

Er zijn nog voorstellingen op 14, 16, 19, 21, 24, 26 en 28 november 2017..
Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/doublebill/2017-2018/voorstelling/florentinische-tragodie

Discografie Zemlinsky EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Discografie Puccini: GIANNI SCHICCHI. Een mini discografie.

 

 

Advertenties

POLNISCHE HOCHZEIT van JOSEPH BEER

Beer Poster World Premiere Polnische

„In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen“ zingt graaf Boleslav in zijn eerste aria. Het had net zo goed uit de biografie van de componist kunnen komen.

Beer in 1925 Oeillet

Joseph Beer in 1925 © Oeillet

Joseph Beer werd in 1908 geboren in Lemberg (Lwów, Lviv), wat toen nog bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk hoorde, maar tien jaar later één van de belangrijkste steden werd in het herrezen Polen. Beer studeerde in Wenen en na de anschluss vluchtte naar hij naar Frankrijk. Eerst naar Parijs waar hij, geholpen door de directeur van Théâtre du Châtelet zich in leven hield door de muziek voor de film Festival du Monde te componeren. Zijn poging om de US te bereiken mislukte: verder dan Nice kwam hij niet.

Beer hoto Papa Fausse Carte Identite

Valse identiteitscard van Joseph Beer

Tijdens zijn onderduikperiode componeerde hij er Stradella in Venice, een opera in veristische stijl (première Zurich 1949) die zijn laatste bleek te zijn.

Beer stradella

 

Robert McFarland zingt aria van Doge uit STRADELLA IN VENEDIG:

 

 

Beer met ouders enPhoto Papa and Family

Joseph Beer met zijn ouders, broer en zus

Na de oorlog bereikte hem het nieuws dat zijn ouders in Auschwitz waren vermoord. Ook zijn vriend, mentor en librettist van de Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, heeft het kamp niet overleefd.

Beer Fritz Löhenr-Beda

Fritz Löhner-Beda

Begin jaren vijftig trouwde Beer met Hanna Königsberg, ook een Holocaust overlevende (Königsberg heeft als kind samen met haar ouders Duitsland ontvlucht). Samen met haar en hun twee dochters bleef hij in Nice – tot zijn dood in 1987.

Beer Photo Papa Maman ca. 1950

Joseph Beer met zijn vrouw Hanna Königsberg in Nice

Beer is nooit het droeve nieuws van het verlies van zijn familie te boven gekomen. Hij trok zich terug uit het publieke leven en stopte met componeren, daarvoor in de plaats stortte hij zich op zijn studie musicologie: in 1966 promoveerde hij op “Evolutie van de harmonische stijl van Scriabin”.

Beer Diplome de Doctorat

Polnische Hochzeit werd na de oorlog niet meer opgevoerd, Beer zelf wilde er geen toestemming voor geven. Naar het “waarom” kunnen we alleen maar gissen, maar blijkbaar was de confrontatie met de operette voor hem te pijnlijk. De operette met zijn onderwerp lag hem te veel aan het hart.

 

Maar zijn roots verloochende hij nooit. Volgens zijn dochter Béatrice voelde hij zich in eerste instantie een Jood, maar daarna meteen een Pool. Geen Oostenrijker, alsjeblieft. Maar ook geen Fransman. Hij woonde er bijna vijftig jaar en werd na de oorlog tot Franse staatsburger bevorderd, maar zijn hart bleef in Lwów, al heeft hij de stad nooit meer terug gezien. Hij sprak ook vloeiend Pools, wat zonder twijfel van belang was voor het leggen van de juiste accenten in zijn partituur.

Beer Polnische Hochzeit Poster World Premiere

Het is bijna niet te geloven, maar Beer componeerde Polnische Hochzeit in slechts drie weken. De première in 1937 in Zurich was een enorm succes. Het werd vertaald in acht talen en werd – behalve in nazi Duitsland –in veertig verschillende landen op de planken gebracht. Onder de titel Les Noces Polonaises zou de operette op 1 oktober 1939 worden opgevoerd in Théâtre du Châtelet. De hoofdrollen zouden gezongen worden door Jan Kiepura en Martha Eggerth, maar een maand daarvoor zijn de Nazi’s de tweede Wereldoorlog begonnen.

Beer cover


Polnische Hochzeit
is een heerlijke operette in de rijke Weense traditie. Je hoort er flarden van  Emmerich Kálmán en Paul Abraham (Victoria und ihr Husar!), maar de partituur is rijkelijk gelardeerd met Poolse volksdansen en Joodse volksmelodieën. Plus de in de tijd veel gebruikte jazzinvloeden: het duet ‘Katzenaugen’ is een onvervalste charleston.

Een operetteliefhebber ontdekt er alle noodzakelijke ingrediënten. De jeugdgeliefden Boleslav en Jadja komen elkaar weer tegen als Boleslav naar zijn vaderland terugkeert. Jadja is aan Boleslavs rijke oom Staschek beloofd, maar een slimme meid Suze  (zeg maar: een soort vrouwelijke Figaro) weet de boel tot het goede einde te brengen. Het verhaal heeft ook veel weg van Don Pasquale. Wat de Polnische Hochzeit anders maakt is het hoge patriottismegehalte: het verhaal speelt zich af in 1830, in de door Russen bezette Polen.

Nikolai Schukoff kom ik steeds vaker tegen bij de (vergeten) operettes en dat maakt me blij. Na Giuditta en Zigeunerbaron is het al zijn derde operette opname. Zijn stem is er zeer geschikt voor, veel beter dan voor Wagners die kleine littekens op zijn stem hebben achtergelaten. Erg is het niet: hij heeft gewoon wat tijd nodig om op te warmen (de opname is live). Al in de mazurka ‘Polenland mein heimatland’ is hij helemaal op dreef en laat een paar stralende hoge noten horen. Heel bijzonder is ook zijn gevoel voor het ritme, waarmee hij goed geholpen wordt door de dirigent Ulf Schirmer. En voor de smachtend gezongen hit die nog geen hit is, ‘Du bist meine grosse Liebe’, zou zelfs Gedda zich niet voor hoeven te schamen.

Teaser:

Martina Rüping is een heerlijke Jadja. Haar warme sopraan weet mij in het met melancholische ondertoon gezongen ‘Wenn die mädel zu mazurka gehen’ zeer te ontroeren. En wat een mooi nummer is het! Net als het duet ‘Herz an Herz’ (denk aan ‘Lippen Schweigen”) trouwens. Smullen!

Michael Kupfer-Radecky imponeert als graaf Staschek en Susanne Bernhard is een verrukkelijke Suze.

Béatrice Beer, dochter van de componist zingt ‘Wunderbare Traume’:

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592


English translation: JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.

JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.

beer-cover

“In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen”, sings Count Boleslav in his first big solo in Polnische Hochzeit: “In my home country roses are blossoming, but not for me, I am without a homeland.” These are words from the 1937 show, premiered in Switzerland, that could just as easily come from the biography of the composer himself.

 

beer-jong

Joseph Beer in Vienna

Joseph Beer was born in 1908 in Lemberg (Lwów, Lviv). Back then, this was part of the Austrian-Hungarian empire, but 10 years later it was to become one of the most important cities of Poland. Beer studied in Vienna, after the “Anschluss” in 1938 he fled to France.

beer-and-his-siblings

Joseph Beer with his siblings

He first went to Paris. Helped by the director of the Théâtre du Châtelet he earned his living by writing music for the film Festival du Monde. After failing to reach the Unites States, he ended up in Nice. During his years in hiding Beer composed Stradella in Venice there, an opera in the verismo style (premiere Zurich, 1949), which turned out to be his final one. After the war Beer got the news that his parents were killed in Auschwitz. Also his friend, mentor and librettist of Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, had not survived the camps.

beer-fritz-lohenr-beda

Fritz Löhner-Beda

In the early fifties Beer married Hanna Königsberg, also a Holocaust survivor (Königsberg fled Germany as a child, with her parents). Together with her and their two daughters he remained in Nice until his death in 1987.

beer-1986

Joseph Beer in 1986 at his balcony in Nice

Beer never got over the sad news of the loss of his family. He withdrew from public life and stopped composing. Instead, he threw himself into studying musicology. In 1966 he defended his thesis: ‘The Evolution of Harmonic Style in the Work of Scriabin.’

After the war, Polnische Hochzeit was never performed again. Beer himself refused to give permission. We can only guess why he did so, but apparently the confrontation with the operetta was too painful for him. The operetta and its subject matter were too close to his heart.

But Beer never denied his roots. According to his daughter Béatrice he always felt a Jew in the first place, and immediately after, a Pole. Not an Austrian, please, but also not a Frenchman. He lived in France for almost fifty years, and was declared a French citizen after the war, but his heart remained in Lwów, although he never saw that city again. He also spoke Polish fluently, which no doubt helped him to get the rhythms in his score right.

 

beer-polnische-hochzeit-poster-world-premiere

It is hard to believe, but Beer composed Polnische Hochzeit in only three weeks. Because of the difficult theater situation in Austria, the show was first presented in Switzerland – with a libretto by Kalman’s and Lehár’s co-authors Alfred Grünwald and Fritz Löhner-Beda, who also collaborated with Abraham. The premiere in 1937 in Zurich was an immediate hit. It was translated into eight languages and had 40 subsequent productions elsewhere, outside of Nazi Germany.

beer-poster-world-premiere-polnische

Under the title Les Noces Polonaises the new production of the opera was planned for October 1, 1939, in the Théâtre du Châtelet. Jan Kiepura and Martha Eggerth were supposed to sing the leading roles, but a month before opening night the Nazis started World War II.

Polnische Hochzeit is a voluptuous operetta in the Viennese tradition. One can detect echoes of Emmerich Kálmán and Paul Abraham, but the score is also filled by Polish folk dances and Jewish melodies. But there are also many “modern” syncopated numbers, e.g. the duet “Katzenaugen” (Cat’s Eyes), a veritable Charleston.

What sets Polnische Hochzeit apart is the patriotic story set in 1830 Poland, a country occupied by the Russians. Childhood sweethearts Boleslav and Jadja meet once more when Boleslav returns home. Jadja is now engaged to Boleslav’s rich uncle Staschek, but the witty maid Suze (a female sort of Figaro) finds a way to untangle the engagement and get Boleslav and Jadja together in the end. Just think of Don Pasquale..

Nikolai Schukoff is someone I encounter more and more often in operettas, and that makes me very happy. His tenor is very suited for the genre, much more than for his usual Wagnerian repertoire which has left traces in his voice. They are not dramatic, but he needs time to vocally warm up (it’s a live recording). By the time he sings the mazurka “Polenland, mein Heimatland” (Poland, my home country) he – and his voice – are in full swing. He dazzles with some glorious top notes and demonstrates a great sense of rhythm. In this, he is perfectly supported by conductor Ulf Schirmer. And the longing and passionate way Schukoff sings “Du bist meine große Liebe” (You are my big love) is something even colleagues like Nicolai Gedda couldn’t top.

Teaser for the cpo CD “Polnische Hochzeit” by Joseph Beer with Nikolai Schukoff:

Martina Rüping is a wonderful Jadja. She sings “Wenn die Mädel zu Mazurka gehen” with warm soprano tones, and she adds a certain melancholy that is touching, as is the song itself. Just like the duet “Herz and Herz” (heart to heart). I melted away.

Michael Kupfer-Radecky is an impressive Count Staschek, and Susanne Bernhard a wonderful as Suze.

It’s certainly one of the best CPO operetta releases.

The 1st page of the young heroin Jadja’s gorgeous aria (Wunderbare Träume)beer-aria-jadja

Béatrice Beer (composer’s daughter) sings Wunderbare Träume:

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592

English translation: Kevin Clarke and Remko Jas

POLNISCHE HOCHZEIT van JOSEPH BEER

DER ZIGEUNERBARON

zigeunerbaron

Het is oneerlijk om Nikolaï Schukoff met zijn illustere voorgangers te vergelijken. “Als Flotter Geist”, dé tenorale kraker uit de operette klinkt bij hem een beetje geknepen en de hoge c aan het eind had hij beter kunnen laten (Tauber zong hem ook niet!), ook al raakt hij hem wel.

Zijn Barinkay mist dan de luchtigheid van een Wunderlich, maar ik geef toe dat hij veel beter is dan ik aanhankelijk vreesde. Ook in de dialogen die hij opnieuw heeft “geadapteerd” – wat het ook mag inhouden – weet hij mij goed te overtuigen.

Helaas blijkt mijn angst voor Claudia Barainsky (Saffi) bewaarheid, al is het voor even. “So elend und so treu” helpt zij regelrecht om zeep. Hier klinkt zij zo ouwelijk en schril dat ik prompt naar Schwarzkopf verlang, om van Jurinac nog maar te zwijgen.

In de beide trio’s met Schukoff en Khatuna Mikaberidze (een prima Czipra) revancheert zij zich, en ook in het duet “Wer uns getraut?” klinkt zij zonder meer goed, maar het kwaad is al geschied. Jammer, want ik bewonder de zangeres zeer.

Heinz Zednik is een heerlijke Conte Carnero. Alleen al voor hem – en voor de werkelijk fantastische Jochen Schmeckenbecher als Kálmán Zsupán; luister naar zijn ‘Da bin ich’, heerlijk! – is de nieuwe opname meer dan de moeite waard. Niet dat u veel keuze hebt, tenzij u voor de eigenzinnigheden van Harnoncourt gaat, maat dit terzijde.

Lawrence Foster dirigeert zonder meer goed. Toegegeven, von Karajan is hij niet, maar in vergelijking met bij voorbeeld Otto Ackerman of Franz Allers (beiden verschenen bij Warner met Nicolai Gedda in de hoofdrol) valt zijn lezing meer dan mee. Voor mij zou er wat meer “schmalz” bij mogen, ook wat meer “driekwart”, maar ach! Operette (her)leeft en dat is meer dan heuglijk nieuws!


Johann Strauss jr.
Der Zigeunerbaron
Nikolaï Schukoff, Claudia Barainsky, Jochen Schmeckenbecher, Khatuna Mikaberidze, Heins Zednik, Markus Brück, Jasmina Sakr, Paul Kaufmann, Renate Pitscheider, Lawrence Foster
NDR Radiophilharmonie onder leiding van Lawrence Foster
Pentatone PTC 5186 482