Radio_Filharmonisch_Orkest

DE VROUWELIJKE FAUST: Rapsodia satanica

 

Mascagni Rapsodia affiche

Rond 1900 maakte een geheel nieuwe kunstvorm zijn entree: de film. Tot die tijd was opera het hoogste wat men dacht te kunnen bereiken door muziek en toneel met elkaar te verbinden; nu kwam er nog een belangrijk aspect er bij: de ‘bewegende fotografie’. Veel kunstenaars voelden zich tot het nieuwe medium aangetrokken: het prikkelde de fantasie en het was een echte uitdaging om de grenzen van het (on)mogelijke te tarten en te verleggen.

In die beginjaren van wat de filmindustrie ooit zou gaan worden waren opera en film nog sterk met elkaar verbonden, zeker in Italië. Veel van de vroegste films waren dan ook niets anders dan verfilmde opera’s, zonder ‘ingeblikt’ geluid weliswaar, maar waar had men de orkesten dan voor?

Nino Oxilia (1899 – 1917), een in die tijd beroemde schrijver en dichter droomde er van om een film te maken die met een operavoorstelling zou kunnen wedijveren. Het geschikte verhaal vond hij in de gedichten van Fausto Maria Martini en voor zijn hoofdrolspeelster klopte hij aan bij de toenmalige diva der diva’s Lyda Borelli (wist u dat de actrice zo ontzettend werd bewonderd dat er zelfs een woord voor haar manier van spelen werd ontwikkeld, ‘borellismo’?).

 

Rome Rapsodia Satanica Lydia Borelli

Voor de kostuums werd Mariano Fortuny aangesteld, een in die tijd beroemde modeontwerper die zijn hoofdpersoon aankleedde in vrijelijk wapperende sjaals en sluiers.

Marcagni Borelli

Men vergat uiteraard de muziek niet: bij de toen zeer gevierde operacomponist Pietro Mascagni werd een partituur voor een symfonisch orkest besteld, compleet met ouverture.

De Italiaanse première van Rapsodia Satanica vond plaats in 1915 en men beschouwde het als een echte wonder: de film was, in tegenstelling tot wat men gewend was, niet zwart-wit maar in kleur! In die tijd! De hele film werd namelijk – beeld voor beeld – met de hand ingekleurd. Probeert u zich het voor te stellen wat een impact het toen op het publiek had!

De film is een soort ‘Faust-verhaal’ maar dan met een vrouw in de hoofdrol. Deze gravin Alba d’Oltrevita kwijnt eenzaam weg in haar Kasteel der Illusies. Om haar jeugd en schoonheid terug te kunnen krijgen sluit ze een pact met de duivel. Daarvoor moet ze de liefde opgeven, iets wat haar makkelijker lijkt dan het is want uiteindelijk wordt ze toch verliefd. Einde.

 

Mascagni

Pietro Mascagni

 

De muziek die Mascagni voor de film componeerde bestaat uit drie delen. In de proloog is de komst van Mefisto al voelbaar, deel twee spiegelt liefelijke ‘verliefde’ taferelen voor, maar naarmate het verhaal vordert wordt de muziek steeds grimmiger met als hoogtepunt de zelfmoord van de op Alba verliefde Sergio. In deel drie komt het Mefisto-thema terug, maar je kunt er ook de parafrase van Wagner’s ‘Isoldes liebestod’ in horen. Met duidelijke Debussy-invloeden. Prachtig.

Over de film schreef de groot (stomme)film-kenner Peter Delpeut in zijn boek Diva Dolorosa: ‘Borelli danste op de klanken van het orkest, haar zorgvuldig uitgebeelde emoties golfden de zaal in. Wagner en Puccini waren de referenties, Mascagni de tovenaar.’

De complete film – in 2006 door het Duitse Arte geheel gerestaureerd – werd op een (niet al te grote, jammer) doek vertoond, waarbij Mascagni’s muziek live werd gespeeld door het Radio Filharmonisch Orkest, zeer spectaculair en meeslepend gedirigeerd door Valerio Galli.

 

Mascagni 4-valerio-galli-NC

Valerio Galli © nc

Maar dat was ná de pauze. Voor het zo ver was mochten we ons letterlijk laven aan de onstuimige klanken van het Capriccio sinfonico van Giacomo Puccini. De vijfentwintigjarige componist componeerde het werk in 1883 als meesterproef aan het conservatorium van Milaan.

Het is een zeer eenvoudige en ongecompliceerde werk, niet echt iets om over naar huis te schrijven, ware het niet dat het toen al onmiskenbaar Puccini was! Bovendien valt er voor de liefhebber heel wat te ontdekken want de jonge componist heeft veel van de in het werk voorkomende thema’s later hergebruikt in zijn opera’s. Zodoende kon je er al flarden uit Le Villi en Edgar in horen. Plus een paar minuten beginmaten uit La Bohème.

Het werk was koren op de molen van de jonge Italiaanse maestro, want dat hij zijn Puccini niet alleen goed kent maar ook diep koestert was duidelijk hoorbaar. Van deze Valerio Galli gaan we nog zeker horen!

Mascagni busonigiovane

Geen wonder dat het daarop volgende vioolconcert van Ferruccio Busoni zeer Pucciniaans aandeed. Of het terecht was? Dat weet ik niet, maar zelf vond ik het prachtig. Het concert balanceert op de grens tussen romantiek en neoclassicisme en het is duidelijk dat de componist zijn weg nog moest vinden.

Het concerto wordt merkwaardig genoeg maar zelden uitgevoerd, zelf kende ik het alleen van een oude opname met Alfred Busch. De reden ontgaat mij, want wat kunnen mensen tegen schitterende hybride hebben? Het is te hopen dat Rosanne Philippens het gauw gaat opnemen, want haar vertolking was op zijn minst subliem te noemen.

 

Mascagni philippens-merlijn-doomernik

Rosanne Philippens © Merlijn Doomernik

Philippens beschikt over een zeer mooie en sensuele klank, misschien een tikkeltje te zacht voor een op een Puccini-sterkte spelend orkest, maar dat is haar niet aan te rekenen. Zelf was ik verbaasd hoe ontzettend eigen haar toon is, absoluut niet te verwarren met andere violisten van haar generatie.

Wat een middag! Bedankt ZaterdagMatinee!

Giacomo Puccini: Capriccio sinfonico
Ferruccio Busoni: Vioolconcert in D, op. 35a
Mascagni: Rapsodia satanica (met film)
Rosanne Philippens, viool
Radio Filharmonisch Orkest olv Valerio Galli

Gehoord op 4 november 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam.

Het programma is terug te beluisteren op Radio 4:

http://www.radio4.nl/ntrzaterdagmatinee/concert/664/de-vrouwelijke-faustDe-vrouwelijke-Faust

De film Rapsodia Satanica staat op You Tube:

Een hele mooie opname van de muziek van Mascagni staat op Capriccio (C5246).

Mascagni Rapsodia cd

De fantastisch spelende Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz staat onder leiding van Frank Strobel. Rapsodia Satanica is hier gekoppeld aan de score uit Il Gattopardo van Nino Rota:


Advertenties

Roméo et Juliette van BERLIOZ. Mini discografie.

Berlioz-_Roméo_et_Juliette_-_Handbill_-_Holoman_p201

Hoe ik mijn best ook niet doe: ik krijg het werk niet “under my skin”. Denk nu maar niet dat ik geen oor heb voor de introverte ‘Roméo seul’ (die hobo alleen al!) of dat ik niet ontroerd wordt door zijn ‘Tristesse’. Ik kan bijna janken, zo mooi vind ik het en ook de liefdesnacht kan mij vochtige ogen bezorgen. En toch….Het voelt alsof een onzichtbare hand een muur tussen mij en de muziek heeft gebouwd, waar ik met geen mogelijkheid overeen kan klimmen.

Voor mij heeft de “dramatische symfonie” ook te weinig drama, waardoor ik mijn gedachten amper bij de muziek kan houden. Wellicht moet ik er echt in berusten dat er nu eenmaal werken zijn waar je geen grip op kunt krijgen en die hun eigen weg buiten jouw genotsvermogen bewandelen? Soit.

Van de mij bekende opnamen vind ik de live-uitvoering door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor het allermooist, met als solisten Géraldine Chauvet, Andrew Staples en Thomas Oliemans. De opname is gemaakt op 23 maart 2012 in Vredenburg en is op YouTube te bekijken.

LAMBERTO GARDELLI

Berlioz Gardelli

De lezing van Lamberto Gardelli uit 1983 met het orkest en koor van de ORF vind ik nogal zwaar op de hand en behoorlijk prozaïsch. Saai ook. Daar kunnen de mooie bijdragen van alle drie de solisten: Brigitte Fassbaender, Nicolai Gedda en John Shirley-Quirk weinig aan veranderen (Orfeo C087842 H)


 

 

RICCARDO MUTI

Berlioz-Muti

Muti nam het werk in 1986 op, met twee schitterende solisten: Jessye Norman en John Aler. Vooral de laatste weet bij mij gevoelige snaar te raken: zijn lichte en wendbare stem lijkt geschapen voor de solobijdragen van de tenor.

Simon Estes (vader Laurence) vind ik helaas totaal miscast. Te zwaar, te donker, te “bassig. Weinig Frans ook.

Maar de directie van Muti kan mij zonder meer bekoren. Onder zijn hand klinkt het orkest uit Philadelphia lief en zacht. Spannend ook.

‘Scène d’Amour’ is bij hem echt liefdevol en de daaropvolgende ‘La Reine Mab’ heerlijk dansant en sprankelend. Het is alleen jammer dat de cd zo zacht is opgenomen!

Roméo et Juliette is gekoppeld aan de opname van Les Nuits d’été door Janet Baker onder John Barbirolli uit 1969 en dat is echt niet te versmaden! (Warner 50999 21764029)

Hieronder zingt Jessye Norman ‘Premiers transports’ uit de opname:


CHARLES DUTOIT

Berlioz Dutoit

Ook de opname die Charles Dutoit met het Montreal Symphony Orchestra voor Decca London nam stamt uit 1986.

De opnameklank is duidelijk helderder, waardoor het werk nu iets evenwichtiger klinkt en makkelijker valt te beluisteren.

Florence Quivar vind ik nog mooier dan Norman, maar Alberto Cupido haalt het noch bij Gedda noch Aler.

Tom Krause daarentegen is zonder meer de beste vader Laurence van de drie (Decca 4173022)


LEONARD BERNSTEIN

Niet compleet en alleen op You Tube, voor zo ver ik weet: Leonard Bernstein  repeteert het werk met het (jeugd) Schleswig-Holstein Musik Festival Orchester. Op een zeer ontroerende manier legt hij de jonge mensen uit waar de muziek over gaat: over henzelf.

Als geen ander wist Bernstein hoe belangrijk het was om de kennis en waardering aan de volgende generaties over te dragen en hoe de jeugd te enthousiasmeren.

De opname dateert uit 1989, toen was Bernstein al zwaar ziek en het betreft één van zijn laatste optredens. Ontroerender krijgt u het niet.

 

FRANK MARTIN: Der Sturm

 

Der Sturm

Wij operaliefhebbers, dromen van de openbaring van de archieven van de Amsterdamse Matinee. De meeste opnames die zich daar bevinden zijn van onschatbare waarde. En dan verrast een Engelse platenfirma ons opeens met het uitbrengen van de opname van één van de merkwaardigste Matinees:: Der Sturm, opgevoerd in oktober 2008.

Naar het ‘waarom’ kunnen we slechts gissen.,Niet dat het er toe doet, maar raar is het wel. Want zeg zelf: het werk is nagenoeg onbekend, de jarenlang in Nederland wonende componist komt oorspronkelijk uit Zwitserland en er wordt in het Duits gezongen…

In oktober 2008 schotelde de ZaterdagMatinee ons de eerste versie van Der Sturm van Frank Martin voor, een mooie maar niet hemelbestormende opera uit 1952. De muziek, zeker aan het begin, doet zeer impressionistisch aan, maar dan wel met zeer sterke invloeden van Wagner.

Zelf vind ik Der Sturm niet het sterkste werk van de door mij anders zeer bewonderde componist. Maar de uitvoering! In de zeer veeleisende rol van Prospero geeft Robert Holl een heuse onemanshow, maar ook de rest van de cast, waaronder veel Nederlanders, mag er zijn!

 

Der Storm Holl

Robert Holl ©Elisabeth Melchior

De bas Ethan Herschenfeld imponeert als Alonso en Dennis Wilgenhof zet een heerlijk karikaturale Caliban neer. Het Groot Omroepkoor is ge woonweg prachtig als de geest Ariel en Thierry Fischer laat het orkest brullen, zinderen en wiegen. Een must.

Frank Martin
Der Sturm
Robert Holl, Christine Buffle, Ethan Herschenfeld, Josef Wagner, Anderas Macco, James Gilchrist, Simon O’Neill, Marcel Bekman, Dennis Wigenhof, Roman Sadnik, André Morsch, Thomas Oliemans
Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Thierry Fischer
Hyperion CDA67821/3

SEMJON KOTKO. ZaterdagMatinee november 2016

kotko-sjevtsjenko

Taras Sjevtsjenko door Ivan Kramskoj

“When I am dead, bury me In my beloved Ukraine […] Oh bury me, then rise ye up
And break your heavy chains…. And water with the tyrants’ blood The freedom you have gained. And in the great new family, The family of the free, With softly spoken, kindly word
Remember also me.”

Taras Sjevtsjenko ’Zapovit’ (Testament), Engelse vertaling John Weir

Opera is het echte leven. Politiek speelt er – naast liefde, vriendschap en macht – de belangrijkste rol in. De meeste opera’s gaan erover. Niet zelden worden ze voor propagandadoeleinden misbruikt, waarbij zelfs de meest afschuwelijke geschiedvervalsing niet wordt geschuwd. Het doel heiligt de middelen en zo wordt een (soms nietsvermoedende) luisteraar emotioneel zo gemanipuleerd dat hij met de “foute personen” meeleeft.

Maar een menselijk geweten is een wonderbaarlijk iets. Naarmate de tijd verstrijkt gaan de ooit zo pijnlijke (politieke) gebeurtenissen tot een verleden behoren. Niemand stoort zich nog aan de geschiedvervalsing in, pak ‘m beet, Don Carlo, moeilijker wordt het zodra het een recent verleden aangaat.

kotko-boekomslag

 

Semjon Kotko van Sergej Prokofjev is een onvervalste socialistisch-realistische agitprop. Het libretto van de hand van de componist is gebaseerd op de novelle Ik ben de zoon van werkvolk van Valentin Katajev. Het speelt zich af in Oekraïne in 1918, een land verscheurd tussen verschillende belangen waar iedereen vecht tegen iedereen en de bolsjewieken de good guys zijn.

Daar heb ik moeite mee, ik ken de geschiedenis maar al te goed. Diep in mijn achterhoofd doemt een vraag: wat als Semjon Wolfgang heette en de actie zich in 1938 in München afspeelde? Je moet er natuurlijk niet met je verstand naar luisteren, maar ik merk dat het best moeilijk is. Er is meer in het spel: gewoon een knop in je hoofd omzetten werkt niet.

 

kotko-prof

Sergej Prokofjev

Maar de muziek is weergaloos. Bij het begin al word ik emotioneel meegesleept, want Prokofjevs partituur is zeer filmisch. Geen wonder: daar was hij een ware meester in. Het verhaal wordt zeer dramatisch verteld, er is geen tijd voor verveling. De in de ouverture aangekondigde idylle verandert gaandeweg in een drama met als hoogtepunt de waanzinnig spannende derde acte.

Geen enkele emotie wordt ons bespaard. De boel dreigt te ontploffen, er vallen een paar doden, maar de liefde van de jonge soldaat Semjon en de dochter van zijn vijand, Sonja overwint alles, het kwaad wordt vernietigd en de revolutie zegeviert. Wat je ook verder van het verhaal en de emotionele manipulaties mocht denken: muzikaal zit het helemaal snor.

(meer…)